Toolbox: Gasmeten
donderdag 28 april 2011
Gasmeten is onder andere belangrijk bij het werken in besloten ruimtes. Een besloten ruimte is een ruimte die:
- niet makkelijk toegankelijk is;
- in geval van nood niet makkelijk verlaten kan worden;
- slecht of niet geventileerd is;
- geen daglichttoetreding kent;
- onder normale omstandigheden niet of nauwelijks wordt betreden.
In besloten ruimtes kan sprake zijn van onder andere de volgende gevaren:
- Aanwezigheid van een te hoog of te laag zuurstofpercentage in de lucht.
- Aanwezigheid van een explosief mengsel.
- Aanwezigheid van giftige gassen.
Door gasmeten kunnen voorafgaand aan het betreden van de besloten ruimtes bovenstaande gevaren worden onderkend en passende beheersmaatregelen worden genomen. Op deze wijze kunnen bovengenoemde gevaren van het betreden van een besloten ruimte worden verlaagd of worden weggenomen.
Aanwezigheid van een te hoog of te laag zuurstofpercentage in de lucht
Gewoonlijk bevat de buitenlucht gemiddeld circa 20,9% zuurstof. Te veel zuurstof kan ontstaan door bijvoorbeeld een lekkage van zuurstofslangen van lastoestellen. Te weinig zuurstof kan ontstaan door chemische en/of microbiologische reacties in besloten ruimtes zelf, waardoor de zuurstof in de ruimte wordt (op)gebruikt en/of door lekkages van gassen die zwaarder zijn dan zuurstof en die de zuurstof in de besloten ruimte verdringen. Een te hoog percentage zuurstof in de lucht zorgt er voor dat verbrandingen sneller verlopen. Een zuurstofpercentage van bijvoorbeeld 25%, zorgt ervoor dat de verbranding drie maal sneller verloopt.
De wetgever heeft bepaald dat er minimaal 18% zuurstof in de lucht aanwezig moet zijn om een besloten ruimte te mogen betreden. Indien er minder dan 18% zuurstof in de lucht aanwezig is, veroorzaakt dat nadelige effecten op het functioneren van het menselijk lichaam. Indien er bijvoorbeeld tussen de 8-10% zuurstof aanwezig is gaat men overgeven en/of verliest men het bewustzijn. Bij minder dan 4% raakt de mens in coma en bij 0% zuurstof overlijdt een mens direct. Het meten van zuurstof gebeurt met een zuurstofmeter. In deze zuurstofmeter is een cel aanwezig die op één van de volgende principes kan werken: brandstofcel, elektrochemische cel of de polarografische cel.
Aanwezigheid van een explosief mengsel
Bij brand- en/of explosiegevaar kunnen diverse fysische grootheden van belang zijn. Te denken valt onder andere aan:
- Zelfontbrandingstemperatuur.
- Ontstekingstemperatuur.
- Vlampunt met hieraan gekoppeld indeling in klassen K0, K1, K2, K3, K4.
- Statische elektriciteit.
- Minimale onstekingsenergie.
- Explosiegebied.
Vele van deze fysische waarden kunnen in het chemiekaartenboek worden gevonden.
Het meten van brand- en explosiegevaar gebeurt door een katalytisch verbrandingsprincipe met een pellistor in het Lower Explosion Limit (LEL) gebied. Dit katalytische proces kan worden beïnvloed doordat er altijd zuurstof wordt gemeten voordat er explosiegevaar gemeten kan worden. Voor het meten van explosiegevaar dient namelijk minimaal 10% zuurstof aanwezig te zijn.
Aanwezigheid van giftige gassen
De dosis van een stof bepaalt of een stof giftig is of niet. Een mespuntje zout is lekker, een kilo zout is dodelijk. Zelfs water kan dodelijk zijn als men er te veel van drinkt. Indien men weet welke stof in de besloten ruimte aanwezig is en men weet de grenswaarde in mg/m3 (vroeger Maximaal Aanvaarde Concentratie genoemd), dan kan men door gasmeten bepalen of men in de besloten ruimte aan giftige stoffen wordt blootgesteld. Voor een effectieve meting dient men te bepalen of een damp of een gas zich op de bodem, tegen de bovenkant of ergens in het midden zweeft. Daarvoor kan men de volgende formule gebruiken: Relatieve molecuul massa van een damp of gas (M) / relatieve molecuul massa van lucht (=29) gebruiken. Voor het meten van giftige stoffen kunnen twee meetmethoden worden gebruikt:
Meten van giftige stoffen met gasmeetbuisjes
Het specifiek meten van giftige stoffen kan met gasmeetbuisjes gebeuren. Diverse fabrikanten leveren gasmeetbuisjes. Lucht wordt aangezogen met behulp van een handbediende pomp. Een kleurverandering zal plaatsvinden wanneer de 'gezochte' stof aanwezig is. Bijsluiters die bij de gasmeetbuisjes meegeleverd worden geven informatie over hoeveel lucht aangezogen moet worden om een kleurverandering te krijgen. De buisjes dienen via klein chemisch afval afgevoerd te worden. Er zijn fabrikanten die gebruikte buisjes terugnemen.
Meten van giftige stoffen met een Photo Ionisation Detector (afgekort PID)
Niet specifiek meten van giftige stoffen kan met een PID. Een PID is een zeer gevoelig breed spectrummonitor die niet specifiek is. De PID dectecteert bijvoorbeeld Vluchtige Organische Componenten (VOC's) in een detectiegebied van < 10 ppb tot 10.000 ppm. Het principe berust op het ioniseren van een stof waardoor een elektrisch stroompje gaat lopen welke gedetecteerd kan worden. De PID kan uitermate goed gebruikt worden wanneer bekend is welke stof aanwezig is geweest. Door het gebruik van de PID kan dan worden gemeten òf de stof aanwezig is en in welke percentage.
In de cursus gasmeten leer je alle ins en outs van het gasmeten. Klik op onderstaande link voor meer informatie over onze gasmeetcursus.
