overzicht
Toolbox: Elektrisch handgereedschap
zaterdag 1 maart 2008
Bij voorkeur elektrisch handgereedschap met een veilige werkspan¬ning van 42 (max. 50) Volt wissel of 110 (max. 120) Volt gelijkspanning.Belangrijk is dat snoeren en verlengkabels onbeschadigd zijn, en bij voorkeur geaard. De aders van snoeren of kabels mogen niet zichtbaar zijn!
Het is voor niet bevoegden niet toegestaan om elektrische (hand)gereed¬schap¬pen, machines, apparaten, snoeren of verlengkabels te repareren. Reparaties aan dit materieel moeten door een daartoe aangewe¬zen bevoegd en gespecialiseerd personeelslid of externe instantie worden uitgevoerd, zo ook de jaarlijkse keuringen van het materiaal. Controleer ook of de keuringssticker aanwezig is op uw elektrisch handgereedschap.
Indien elektrisch handgereedschap met een werkspanning van 220 Volt wissel¬spanning wordt gebruikt, dient dit dubbel geïsoleerd te zijn. Op het gereedschap wordt dit aangegeven door middel van twee vierkantjes in elkaar.
In het voedende circuit moet een aardlekbeveiliging zijn opgenomen met een aanspreekstroom van maximaal 30 mA. Over het algemeen zijn distru¬butiebor¬den en zwerfkasten hier van voorzien. Is dit echter niet het geval, dan moet er een aardlekbeveiliging zijn geplaatst aan het begin van de flexibele voedings¬kabel.
Niet dubbel geïsoleerd gereedschap, zoals bijvoorbeeld zaagtafels, dompelpompen en dergelijke, dienen te worden voorzien van een uitwendig aangebrachte aarding. Dit geldt ook voor lassets, las-transformatoren en zwerfkasten (de zogenaamde paddestoelen).
Bij twijfel over de veiligheid van elektrisch materieel moet u direct contact opnemen met uw leidinggevende, de materieelbeheerder of de technische dienst.
