Werken op hoogte brengt risico’s met zich mee. Niet alleen kunnen medewerkers vallen en letsel op lopen. Ook kunnen er spullen naar beneden vallen en bij andere personen letsel veroorzaken. Per situatie moet bekeken worden welke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. De algemene regels over werken op hoogte worden besproken in deze toolbox.

Werken op hoogte
Wettelijk moeten er veiligheidsmaatregelen worden genomen om valgevaar weg te nemen bij werksituaties op een hoogte van 2,5 m en ook bij hoogtes < 2,5 m wanneer er sprake is van risico verhogende omstandigheden. Voorbeelden van risico verhogende omstandigheden zijn: werken boven/nabij water, nabij onder spanning staande leidingen, nabij verkeer of uitstekende delen. Ook weersomstandigheden zoals gladheid door ijsvorming of regen en veel wind vormen extra risico’s.

In de praktijk moet deze definitie wat breder worden bekeken. Ook een val van een hoogte < 2,5 m zonder genoemde risico verhogende omstandigheden kan ernstig letsel veroorzaken.

Bijkomend risico van werken op hoogte is dat voorwerpen van hoogte kunnen vallen en letsel kunnen veroorzaken bij personen onder de werkplek. Daarom moeten per situatie veiligheidsmaatregelen worden genomen op basis van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E).

Voorkomen/beperken valgevaar
Het heeft de voorkeur om valgevaar helemaal weg te nemen, door geen werkplekken op hoogte te maken. Dit is niet altijd mogelijk. Wanneer er toch werkplekken op hoogte nodig zijn dan moet het valgevaar zoveel mogelijk worden weg genomen door het plaatsen van vaste werkbordessen voorzien van hekken. Voor incidentele en/of kortdurende werkzaamheden kunnen ook tijdelijke maatregelen worden genomen, zoals gebruik van een steiger of hoogwerker. Werken vanaf een ladder moet zoveel mogelijk beperkt worden en is daarom aan strenge eisen gebonden (maximale hoogte, tijdsduur, kracht en reikwijdte). Een ladder dient primair als toegangsmiddel tot een werkplek (waarbij een vaste trap altijd de voorkeur heeft als het om een frequent te betreden werkplek gaat).

Wanneer de genoemde typen veiligheidsmaatregelen niet mogelijk zijn mag als laatste redmiddel gekozen worden voor persoonlijke valbeveiliging (vangnetten of veiligheidslijnen).

Zie ook de eerder verschenen toolboxen over veilig werken met trappen en ladders, steigers, hoogwerkers en persoonlijke valbeveiliging.

Veilige toegang tot de verhoogde werkplek
Voor toegang tot vlakke werkplekken op hoogte (zoals platte daken) gelden de volgende voorschriften:

  • De werkplek is bij voorkeur intern te bereiken via een trappenhuis en een dakluik of extern met een vaste ladder (kooiladder).
  • Bij de toegang tot de werkplek moet aan weerszijden van de trap/ladder een hekwerk van minimaal 4 m lang geplaatst worden. Dit geldt ook voor plekken waar goederen worden aangevoerd.
  • De ladder moet minimaal 1 m boven het aankomstvlak uitsteken.

Werken/lopen op de verhoogde werkplek
Het heeft de voorkeur om het gehele verhoogde vlak langs de randen te voorzien van hekwerk. Als niet het gehele vlak wordt voorzien van hekwerk (wanneer er b.v. op daken gewerkt wordt in zones) gelden de volgende voorschriften voor platte daken:

  • Bij de dakrand is sprake van valgevaar. Als je daar dichtbij komt (< 2 m afstand) dan moet er een hekwerk aanwezig zijn dat doorvallen voorkomt. Dit hekwerk moet zich bevinden langs de gehele werkzone plus 4 m over lengte.
  • De zone van 2-4 m van de rand moet zijn aangegeven met een tegelpad en afzetting (d.m.v. vaste paaltjes met kettingen van 1 m hoogte), zodat men minimaal 2 m vanaf de dakrand blijft.
  • Als de afstand van de rand groot genoeg is (> 4 m) is geen afzetting of hek nodig. Wel moet de werkplek gemarkeerd worden met een tegelpad of belijning en een pictogram ‘valgevaar’, zodat men weet wat de veilige zone is.

Sparingen in het werk-/loopvlak groter dan 8 cm moeten worden dicht gemaakt of op bovenstaande wijze worden gemarkeerd/voorzien van een hekwerk.

Eisen aan hekwerk bij valgevaar
De eisen aan het hekwerk bij werkplekken met valgevaar zijn:

  • Hekwerk voorzien van bovenregel, tussenregel en kantplank.
  • Tijdelijke randbeveiligingen (uitvoeringsfase): hoogte minimaal 1 m, kantplank minimaal 15 cm hoog, openingen tussen kantplank, tussenregel en bovenregel maximaal 470 mm.
  • Permanente randbeveiligingen (gebruik- en beheerfase): hoogte minimaal 1,1 m, kantplank minimaal 10 cm hoog, openingen tussen kantplank, tussenregel en bovenregel maximaal 500 mm.
  • Er zijn tevens eisen aan de constructie en sterkte van het hekwerk. Deze toolbox gaat daar niet op in.

Voorkomen van vallende voorwerpen
Bij werkzaamheden op hoogte bestaat het risico van vallende voorwerpen, bijvoorbeeld bij aan- en afvoer van materialen. Maatregelen moeten worden genomen om vallen van voorwerpen te voorkomen:

  • Materiaal aanvoeren in deugdelijk verhijsbare pakketten;
  • Lasten veilig laten aanslaan door opgeleid personeel;
  • Hijsen met geschikt hijsgereedschap;
  • Materiaal op verhoogde werkplek deugdelijk borgen;
  • Randbeveiligingen voorzien van deugdelijke vangvoorzieningen zoals kantplanken of fijnmazig gaas;
  • Vangschotten of steigervloeren laten monteren langs de (dak)randen;
  • Gereedschap niet los, maar in een bijvoorbeeld een kist, mee dragen of borgen met een gereedschapszekering spiraalkabel;
  • Afzetten zones op grondniveau. 

Noodsituaties
In geval van nood moet men de verhoogde werkplek veilig en via de kortst mogelijke weg kunnen verlaten. Algemeen uitgangspunt is dat er vanaf een werkplek twee onafhankelijke vluchtwegen zijn naar een veilige plaats. Bij daken betekent dat in de praktijk dat een vluchtweg moet worden aangebracht aan de andere zijde van het dak dan waar de opgang zich bevindt.

Het kan ook voorkomen dat een persoon niet zelfstandig de verhoogde werkplek kan verlaten. De BHV-organisatie moet daarom geoefend zijn in redding van personen van verhoogde werkplekken. Ook moet gezorgd worden dat een persoon zo kort mogelijk in zijn harnasgordel blijft hangen.

Bronnen:
Arbowet art. 3, 5, 8

Arbobesluit art. 3.16

Arbo-Informatieblad 15 Werken op daken

Praktijkgids arbeidsomstandigheden

NEN-EN 13374 ‘Tijdelijke vloerrandbeveiligingen – Productspecificatie – Beproevingsmethoden’.

NEN-EN-ISO 14122-3 Veiligheid van machines – Permanente toegangsmiddelen tot machines – Deel 3: Trappen, trapladders en leuningen’

Arbo Support kan u ondersteunen bij het opstellen van een RI&E voor werken op hoogte! Ook kunt u bij Arbo Support een training volgen over Werken op hoogte.

Bekijk & download productblad