Vraag tien collega’s wat zij onder risico verstaan en negen antwoorden: “Kans maal effect”. Dat is niet zo gek, want bij risico gaat het om twee dingen: om de schade die kan ontstaan (het effect) en om de kans daarop. Zo hebben we dat geleerd, zo voeren we succesvol risico-evaluaties of veiligheidsstudies uit en zo berekenen we risicocontouren. Allemaal gebaseerd op het vermenigvuldigen van twee zo goed mogelijk geschatte getalletjes. Maar het derde element van risico blijft zo onderbelicht: scenario. We realiseren ons soms onvoldoende dat kansen en effecten betekenisloos zijn zonder scenario’s: de filmpjes tussen onze oren die laten zien hoe gebeurtenissen elkaar opvolgen en zo uiteindelijk leiden tot schades. Risico-denken is onmogelijk zonder scenario’s.

Als iemand het heeft over risico’s die ‘er zijn’ of die je kunt ‘zien’ word ik soms opstandig. Dan krijg ik de neiging om te benadrukken dat risico’s onzichtbaar zijn. Ze zijn dus helemaal niet te zien of herkennen. Dan zeg ik dat risico-denken gaat over een zelf bedachte toekomst. Over een fantasie, een scenario in ons hoofd. Zo is een krokodil nog geen concreet risico; dat wordt het pas als iemand een scenario bedenkt. Bijvoorbeeld dat het beest op een of andere manier ontsnapt uit zijn kooi en iemand grijpt waarmee het vervolgens slecht afloopt. Risico zit niet in de krokodil, maar in een filmpje tussen onze oren over het roofdier. Dat geldt niet alleen voor die krokodil, maar ook voor een gevaarlijke werksituatie of procesinstallatie.

Risico-denken is: “Het is veilig als er sprake is van geaccepteerde risico’s.” Om te bepalen of een situatie veilig is, vinden discussies over risico’s plaats tussen alle betrokkenen. Daarbij gaat het over kansen en effecten. Maar vooral over scenario’s. Risico-denken vraagt om fantasie, om creativiteit en om filmpjes tussen onze oren. Als we die dynamische filmpjes niet maken, kunnen we alleen maar gebruik maken van statische foto’s. Zwart-witfoto’s wel te verstaan met veel zwart en wit, en met weinig grijstinten. Dat is geen risico-denken, maar compliance-denken.

Compliance-denken is: “Het is veilig als alles aan onze normen en afspraken voldoet.” Wettelijke normen bijvoorbeeld, maar ook afspraken die we als bedrijf of branche hebben gemaakt. Om te bepalen of een situatie veilig is, leggen we aspecten daarvan langs allerlei meetlatjes. We toetsen ze, bijvoorbeeld aan geluidsnormen of aan normen voor gevaarlijke stoffen, elektrische installaties en brandmeldinstallaties. Maar ook aan afspraken over veilig gedrag of over krokodillen en krokodillenkooien. Bij zo’n toetsing vinden geen discussies meer plaats over kansen en effecten. En al helemaal niet over scenario’s. Compliance-denken ontaardt dan ook gemakkelijk in een kunstje dat kan mislukken. Vooral als we zijn vergeten wat de onderbouwing van die norm eigenlijk was of hoe die afspraak ook al weer tot stand was gekomen.

Scenario’s maken duidelijk dat elke risico­schatting uiteindelijk is gebaseerd op gedachten over de toekomst. Met alle beperkingen die daarbij horen. Dat lijkt een filosofische opmerking. Maar wel met praktische consequenties. Als ik veiligheidskundigen vraag naar de meest gemaakte fouten bij het ranken of evalueren van risico’s, eindigt ‘onvoldoende specificeren van het scenario’ steevast hoog in de top 10. Hoe vaak komt het niet voor dat verhitte discussies over kans, blootstelling, waarschijnlijkheid en effect moeizaam verlopen? Totdat iemand zich realiseert, net op tijd maar soms ook te laat, dat de filmpjes tussen de verschillende oren niet dezelfde zijn.