Ze bestaat 25 jaar. De verplichting om als bedrijf een risico-inventarisatie en -evaluatie te hebben: een RI&E. Reden voor een feestje? Daar moet ik over nadenken, ik twijfel. Want de levensgeschiedenis van de RI&E is vooral het verhaal over een moeilijke jeugd. Eerst is er vooral veel verwarring. En daarna blijkt het lastig om de kwaliteit van de inventarisatie, en vooral de evaluatie, te verhogen. De RI&E ontwikkelt zich tot het afwerken van een checklist, over risico-evaluatie ontstaan allerlei misverstanden en de aandacht voor werknemersgedrag is minimaal. Toegegeven, de RI&E heeft het denken in risico’s definitief op de kaart gezet. Maar er valt nog een hoop te verbeteren.

Het is 25 jaar geleden een prachtige gedachte, ook al is die verwekt ‘door Europa’: laat bedrijven de risico’s van hun werknemers maar eens beoordelen. Er komt een wettelijke verplichting. Voortaan moet een werkgever een RI&E hebben. Het wordt een moeizame bevalling, want in 1994 spreekt de Arbowet nog van een inventarisatie en -evaluatie van gevaren. De begrippen kans en risico komen niet voor in de wet. Er is binnen de arbowereld geen enkele ervaring mee. Wel bij grotere bedrijven die al jarenlang risicoanalyses uitvoeren. Ik zie hoe het opgroeien van de RI&E in de jaren negentig gepaard gaat met veel verwarring. Binnen het verantwoordelijk ministerie is er onenigheid over gevaar en risico. Kleine bedrijven vragen zich af hoe je risico’s in kaart moet brengen. En grote bedrijven hoe hun risicoanalyses zich verhouden tot de nieuwe wettelijke verplichting. De pubertijd nadert.

Al snel blijkt de RI&E een puber met leerachterstand. Het opstellen van een RI&E verwordt tot het afvinken van een checklist om te controleren of een bedrijf aan wettelijke voorschriften voldoet. Goed bedoeld, maar met risico heeft het weinig te maken. Checklisten sluiten aan bij de I van RI&E: inventarisatie. Zij leiden tot eindeloze lijsten van ‘knelpunten’. Maar welke zijn belangrijk? Dan gaat het om de E van RI&E: evaluatie. Daarover is voortdurend gedoe. Er verschijnen regelmatig artikelen in de vakbladen over het verkeerde gebruik van evaluatie-methoden. “Gedrag hoort in de RI&E”, ook zo’n oude hartenkreet. Want wie risico’s wil beoordelen, kan niet om werknemersgedrag heen. De huidige RI&E-praktijk illustreert de actualiteit van die publicaties. Ze kunnen zo ongewijzigd worden herdrukt. Maar ik heb niet de illusie dat de leerachterstand daardoor snel vermindert.

De 25-jarige RI&E blijft een adolescent, die maar niet op eigen benen kan staan. De nadruk ligt nog steeds op wetgeving en checklisten. Er komt geen einde aan het onjuiste gebruik van evaluatie-instrumenten. En de aandacht voor werknemersgedrag is ver te zoeken. Terwijl buiten de RI&E-wereld veel is gebeurd. Het omgaan met risico’s in de samenleving is veranderd. Er zijn intussen geavanceerde vormen van risicobeoordeling. En er is volop aandacht voor gedrag en cultuur. Soms vraag ik mij mismoedig af waarom er intussen niet iets beters is bedacht.

Het is gelukkig niet alles kommer en kwel. De RI&E is een enorme stimulans gebleken voor het voeren van discussies over risico’s. Daardoor is het denken in kansen en risico’s ingeburgerd geraakt in veel bedrijven. Risicomanagement en risicodialoog zijn inmiddels gemeengoed in veiligheidsland. Daarom heb ik toch hoop: zelfs na een moeizame pubertijd komt het later vaak nog goed. Werk aan de winkel dus voor veiligheidskundigen en risicomanagers. De RI&E volwassen laten worden, dat is de uitdaging. Een moeilijke jeugd kan nooit een excuus zijn.