Dat becijferde Hetty Visee van onderzoeksbureau Regioplan tijdens de slotconferentie op 29 november in Utrecht.  Door dit mooie resultaat lijkt de campagne die de overheid vanaf 2009 over werkend Nederland uitrolde, een groot succes. Er zijn 20.000 bedrijven bereikt, waaronder veel bouwbedrijven.

“Met steun van de overheid hebben we enkele mooie producten mogen maken”, zei directeur Jan Warning van Arbouw tijdens de ondertekening van een intentieverklaring, waarin vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties plechtig beloofden door te gaan met het stimuleren van de veiligheid.  “Zo hebben we een A-blad gemaakt over het veilig werken met rolsteigers en hebben we de Veiligheidsindex Bouw geïntroduceerd. Daarnaast zullen we op 6 december een instrument presenteren waarmee bouwongevallen kunnen worden geregistreerd en handvatten worden gegeven om herhaling van ongevallen te voorkomen”, aldus Warning.

Onveiligheid

Aandacht voor veiligheid is hard nodig, blijkt uit de cijfers. De Monitor arbeidsongevallen van TNO leert dat in 2009 ruim 77.000 werknemers en zelfstandigen na een arbeidsongeval behandeld werden door de spoedeisende hulp in het ziekenhuis. Hiervan werden 4300 mensen opgenomen. In 2011 werden iets minder dan 13.000 werknemers in de bouw geconfronteerd met een ongeval dat leidde tot verzuim, ofwel 7,1% van alle werknemers.
Bedrijven die dus werk maken van de veiligheid, kunnen rekenen op minder arbeidsongevallen en dus ook minder hoge kosten voor verzuim en vervanging van personeel. Maar of de toegenomen veiligheid geheel aan het Actieplan kan worden toegeschreven, durft Visee niet te zeggen. “We mogen aannemen dat de gebruikers van de producten uit het Actieplan toch al bezig waren met de veiligheid. Ze staan er open voor en geven prioriteit aan het veilig werken. Helaas hebben we ook anders meegemaakt. Zo sprak ik een werkgever die aangaf helemaal geen prioriteit te geven aan de veiligheid van zijn personeel. Hij was alleen maar bezig met overleven, want de kans was groot dat zijn bedrijf volgende maand niet meer zou bestaan. Dat is de andere kant van het verhaal.”

Bron: Arbouw