Veiligheid is geen doel op zich

De belangrijkste taak van een veiligheidsadviseur is om zijn opdrachtgever te adviseren over veiligheidszaken met het doel om een hoger niveau van veiligheid te bereiken. Het is van belang dat de veiligheidskundige zich realiseert dat veiligheid voor zijn opdrachtgever geen doel op zich is. De belangrijkste taak van een veiligheidsadviseur is om zijn opdrachtgever te adviseren over veiligheidszaken met het doel om een hoger niveau van veiligheid te bereiken.

Het is van belang dat de veiligheidskundige zich realiseert dat veiligheid voor zijn opdrachtgever geen doel op zich is. Met deze wetenschap in gedachten delen de adviseurs van Arbo Support regelmatig elkaars ervaringen teneinde effectief te kunnen blijven adviseren en het beoogde doel (een hoger veiligheidsniveau) te kunnen realiseren. Dit artikel is gebaseerd op een in april gehouden bijeenkomst. Veiligheidskundigen moeten hun werk onder vele omstandigheden en in alle stadia van industriële processen uitvoeren. Hierbij moet je onder meer denken aan advisering bij beleidsvorming, de opzet van beheersystemen, bouwprojecten, incidenten en trouble shooting. Het is van het grootste belang dat de adviseur zijn advisering afstemt op de omstandigheden. Hierbij zijn de volgende vragen van belang:

  1. Wat ziet de opdrachtgever als probleem?
  2. Waarom is dat een probleem?
  3. Voor wie is het een probleem?
  4. Hoe groot is het probleem?
  5. Wat zijn de oorzaken van het probleem?
  6. Welke krachten houden het probleem in stand?

Objectief
Veiligheidskundigen zijn van nature sterk in het beantwoorden van de vragen: ‘Hoe groot is het probleem?’ en ‘Wat zijn de oorzaken van het probleem?’, omdat dit een objectieve analyse van feiten vraagt. Vaak wordt een advies alleen gebaseerd op het antwoord op deze vragen. Maar wanneer je als veiligheidskundige de andere vragen niet bij het advies in ogenschouw neemt, zal het advies niet het beoogde resultaat hebben. De andere vier vragen hebben niet zozeer betrekking op objectieve feiten, maar meer op de beleving van individuen en de cultuur (de beleving van het collectief).

De beleving door het individu wordt beïnvloed door de persoonlijke doelstellingen, waaraan veiligheid bijna altijd ondergeschikt is. Zo heeft een projectleider van een bouwproject als belangrijkste doel om het project binnen planning en budget af te ronden. Een manager van een productieafdeling heeft als hoofddoel een zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten. Deze hoofddoelen bepalen in belangrijke mate de beleving van risico’s. Aan een dergelijke subjectiviteit van risicobeleving is iedereen, dus ook de veiligheidsadviseur, onderhevig. Al in 1987 is op dit gebied baanbrekend werk gepubliceerd door Slovic. Volgens hem is de perceptie van het risico gebaseerd op twee hoofdparameters, namelijk of mensen bekend zijn met het risico en of mensen het risico als bedreigend ervaren.

Uit onderzoek bleek dat mensen feitelijk hoge risico’s, die ze vrijwillig nemen en waarmee ze bekend zijn (zoals roken), als minder ernstig ervaren dan feitelijk lage risico’s, waaraan ze onvrijwillig worden blootgesteld en waarmee ze weinig bekend zijn (zoals bijvoorbeeld elektromagnetische velden).

Emotie
De perceptie van risico’s is dus geen rationeel maar een emotioneel proces. Om het advies ingang te doen vinden is het dus van essentieel belang om na te gaan hoe de belanghebbenden in dit proces staan, waarbij het model van Slovic zeer goed van dienst kan zijn. Dit is essentieel om antwoord te kunnen geven op de overige vier vragen: ‘Wat ziet de opdrachtgever als probleem?’, ‘Waarom is dat een probleem?’, ‘Voor wie is het een probleem?’ en ‘Welke krachten houden het probleem in stand?’. Naast de perceptie van de onderscheidene individuen in een organisatie is de collectieve houding dan wel de cultuur van de organisatie van belang. Volgens de cultuurladder van Parker en Hudson kunnen diverse culturen worden onderscheiden. De adviseur moet met zijn advies rekening houden met de veiligheidscultuur van het bedrijf waarbinnen hij werkt. Bedrijven hebben veelal een verkeerde perceptie van hun eigen cultuur. Veelal denkt het bedrijf dat het een pro-actieve of zelfs vooruitstrevende en slagvaardige cultuur heeft. Daarentegen blijkt uit een door het door het ministerie van Financiën in 2004 ingesteld onderzoek (Ondernemersklankbord Regeldruk, beter bekend als de commissie Stevens), dat er in het bedrijfsleven veel bureaucratie is en minder pro-actief is dan het bedrijfsleven zelf denkt.

Cultuur
Dus evenals bij de perceptie van risico’s door individuen, moeten we vaststellen dat de perceptie van de eigen cultuur bij bedrijven geen rationeel proces is. De veiligheidskundige moet in zijn advisering goed rekening houden met de heersende veiligheidscultuur. De veiligheidscultuur is namelijk voor een belangrijk deel bepalend voor de te nemen maatregelen en daarmee (de haalbaarheid van) het advies. Om een goed inzicht te krijgen in welk stadium de heersende veiligheidscultuur zich bevind kan je met behulp van een zogenoemde cultuurdiagnose de sterke en minder sterke aspecten van de huidige veiligheidscultuur in kaart brengen en het bedrijf indelen in een van de vijf schalen van de cultuurladder. Veiligheidscultuur is niet vaag, maar goed te meten. Het is in het verbetertraject uitgesloten dat je twee treden tegelijk op deze cultuurladder kan nemen. Dus bij een reactieve cultuur is het maximaal haalbare een opstap naar een bureaucratische cultuur.

De veiligheidsadviseur kan dus zijn advies niet alleen baseren op een objectieve risico-evaluatie, maar moet ook rekening houden met de subjectieve risicobeleving van de betrokkenen en de heersende veiligheidscultuur.

Doe je dit, als adviseur, niet dan zal je ongetwijfeld technisch perfecte advies, geen vruchtbare voedingsbodem vinden. Daarom moet de doelstelling van het advies zijn om gegeven de omstandigheden, stapsgewijs het veiligheidsniveau te verhogen. Dit om te voorkomen dat degene die je adviseert zijn doel voorbijschiet!