Lopen arbo-adviseurs daadwerkelijk risico aansprakelijk te worden gesteld voor schade als gevolg van hun optreden? Mr. ing. Rob Poort, van origine veiligheidskundige, denkt dat het niet snel zo’n vaart zal lopen. “Voor een veroordeling moet er tenminste sprake zijn van aantoonbare opzet of bewuste roekeloosheid. De woorden ‘aantoonbaar’ en ‘bewust’ zijn in deze van cruciaal belang. De praktijk wijst echter uit dat dit nauwelijks te bewijzen valt. Werkgevers daarentegen kunnen zowel contractueel als bij ‘fouten’ van hun werknemers wel degelijk met aansprakelijkheidsstelling te maken krijgen.”

Voor zo’n 30-tal veiligheidskundigen van Arbo Support hield Poort tijdens de inmiddels vermaarde Hotel New-York sessies een inleiding wat er voor een aansprakelijkheidsstelling al komt kijken. Daarbij liet hij zich regelmatig verleiden tot een inhoudelijke discussie aan de hand van praktijkvoorbeelden.

“De term ‘beroepsaansprakelijkheid’ zul je in wet- en regelgeving nergens tegen komen. Dat neemt niet weg dat er, met name bij zaken waar vrije beroepsbeoefenaars bij zijn betrokken, wel degelijk personen met succes aansprakelijk zijn gesteld voor fouten gemaakt in de uitoefening van hun beroep. Om tot een veroordeling te komen, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. In elk geval moet er tenminste sprake zijn van schade bij derden als gevolg van de gemaakte fout.”

Juiste perspectief
Om het begrip ‘aansprakelijkheid’ in het juiste perspectief te plaatsen, zoomt Poort allereerst in op de diverse verschijningsvormen. “Zo is er bijvoorbeeld sprake van contractuele aansprakelijkheid indien een overeenkomst niet juist wordt nagekomen. In de praktijk kan dit leiden tot ontbinding van de overeenkomst, al dan niet met de verplichting tot betaling van een schadevergoeding. Daarnaast kennen we de zogenaamde wettelijke aansprakelijkheid. Wie zich bijvoorbeeld in het verkeer niet aan de spelregels houdt en schade veroorzaakt, is hiervoor verantwoordelijk. Om het plaatje compleet te maken is er ook nog de ‘onrechtmatige daad’. Daarvan is sprake als een gedraging (zowel ‘doen’ als ‘niet-doen’) schade veroorzaakt en een oorzakelijk verband tussen daad en schade aannemelijk is. Naar de gangbare norm moet er wel sprake zijn van op geld waardeerbare schade. Tot nu toe stellen rechters zich terughoudend op om ook bewezen psychische schade te honoreren. Daarvoor ontbreekt een wettelijke basis. In maart van dit jaar heeft de Eerste Kamer een daartoe strekkend wetsontwerp verworpen uit vrees dat dan de deur naar een claimcultuur wagenwijd opengezet zou worden,” doceert Poort.

Specifiek
Arbo-adviseurs zullen in de praktijk of in dienst zijn bij een werkgever (incl. interne Arbo-dienst), of werkzaam zijn bij een externe Arbo-dienst. Inmiddels telt ons land ook zo’n 675 duizend zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), waaronder ook vele zelfstandige arbo-adviseurs. “Wat aansprakelijkheid betreft, verschillen de twee eerstgenoemde categorieën niet wezenlijk met die van een werknemer in loondienst. Bij fouten van zijn ondergeschikten zal de werkgever in beginsel opdraaien voor de eventueel daaruit voortvloeiende schade. Dat is alleen anders als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer. Maar daarbij ligt de bewijslast wel bij de werkgever! De praktijk wijst uit dat dit laatste uitermate moeilijk is. Zelfs als met enige regelmaat instructies en voorlichting plaatsvinden. Rechters nemen in hun overwegingen mee dat routine al snel de vereiste voorzichtigheid ondermijnt en het niet altijd in acht nemen van alle voorgeschreven maatregelen, wordt ook als menselijk beschouwd. Populair gezegd: waar gehakt wordt, vallen spaanders,” haalt Poort als rode draad uit de jurisprudentie.

Blijft over de arbo-adviseur als vrije beroepsbeoefenaar. Ontspringt ook hij de dans? “Wanprestatie kan aanleiding zijn voor ontbinding van de overeenkomst” Maar in zijn algemeenheid kan worden gesteld, dat wie met de nodige zorgvuldigheid te werk gaat en handelt zoals van een beroepsgenoot in redelijkheid mag worden verwacht, zal, ook als er eens iets mis gaat, niet snel op grond van een ‘fout’ met een aansprakelijkheidsstelling worden geconfronteerd,” zo meent Poort.

Lessons learned
Jurisprudentie over zaken waarbij veiligheidskundigen zijn betrokken is niet bekend. Wel is er – schaarse – jurisprudentie van andere beroepsbeoefenaars. En uit die jurisprudentie zijn toch wel enige lessen te trekken. Op de eerste plaats komt vanzelfsprekend dat ingestaan moet worden voor de juistheid van producten en diensten. Dat geldt voor de werkgever, maar onverkort ook voor de zelfstandige arbo-adviseur. Daarnaast is het zaak middels (tussen)rapportages periodiek verantwoording af te leggen van de bevindingen. Vergeet daarbij niet dat er ook een algemene waarschuwingsplicht geldt. Wie fouten in een plan signaleert, of ziet dat wet- en regelgeving wordt overtreden, doet er goed aan dit aan te kaarten. Loop je daarbij tegen een muur op, schroom dan niet dit op een hoger niveau aan te kaarten. Dat het raadzaam is dergelijke zaken vast te leggen, beschouw ik als een open deur. Dat geldt eveneens voor de adviezen of de beredeneerde aanbeveling hoe te handelen, die de arbo-adviseur geeft. En last but not least: houd je vakkennis bij en draag er zorg voor dat je niet uit een eventuele van toepassing zijnde certificering loopt. In de praktijk bezigt de rechter namelijk de maatman vergelijking, dat wil zeggen hij vergelijkt het handelen van de beroepsbeoefenaar in kwestie van die van een redelijk handelend en redelijk bekwame beroepsgenoot. Ofwel: houd je vakkennis als veiligheidskundige bij en blijf alert!