Je hebt objectieve en subjectieve risico’s. Bij het eerste gaat het over ‘echte risico’s’: getallen, onderbouwd door statistieken of wetenschappelijke modellen. Het zijn de risico’s zoals verzekeraars en deskundigen die beoordelen. Bij het tweede gaat het over de risico’s zoals gewone mensen die beleven. Daarbij speelt het verstand én het gevoel een rol. Het gaat dus ook om emoties en gut feeling. Niet onderbouwd, maar onderbuikt. Die subjectieve risicobeleving bepaalt de manier waarop individuen in de praktijk omgaan met risico’s. Het is heel persoonlijk: de één beleeft risico’s meer met verstand, de ander meer met gevoel. Voor een goed gesprek over risico’s is het nodig om dat te weten.

Ik woon al jaren tegenover een fabriek, met een buurman aan mijn rechter- en aan mijn linkerkant. Soms is er onrust in de buurt over de risico’s van de industriële installaties voor omwonenden. Mijn buren discussiëren dan over mogelijke explosies en gifwolken. Buurman Rechts is een echte techneut. Risico is voor hem ‘kans maal effect’: de kans dat er iets mis gaat in de fabriek maal de omvang van de gevolgen. Buurman Links staat heel anders in het leven, een beetje filosofisch. Hij zegt dat risico’s uiteindelijk altijd door mensen worden bedacht en beleefd. En bij dat beleven mag het gevoel best een rol spelen. Maar buurman Rechts vindt dat maar onzin: risico’s worden niet bedacht, maar zijn er gewoon. En risicobeleving of emoties maken het volgens hem alleen maar ingewikkeld.

Buurman Rechts meent dat de installaties in de fabriek zich niets aantrekken van ons gevoel. Maar buurman Links stelt dat zij zich ook niets aantrekken van ons verstand en onze berekeningen. Buurman Rechts benadrukt dat met betrouwbare modellen is te bepalen hoe groot de kans op een explosie is. En ook hoe groot de kans is dat een omwonende dat niet overleeft. Tussen zijn oren bevinden zich getallen, inclusief zijn overtuiging dat het daarmee wel goed zit. Maar tussen de oren van buurman Links zijn die getallen vergezeld van een onbestemd gevoel en allerlei twijfels over de betrouwbaarheid ervan.

Buurman Rechts: “De kans om dood te gaan door de fabriek is echt heel klein.” Maar buurman Links is er niet gerust op: “Je bedoelt dat ik er dus dood aan kan gaan?” De discussies over risico’s in mijn buurt waren altijd overzichtelijk en respectvol. Met aandacht voor verstand en gevoel. En onderscheid tussen feiten en meningen. Soms bemiddelde ik tussen buurman Rechts en buurman Links. Natuurlijk, iedereen weet dat het verschil kan vervagen tussen risico als getal en risico als gevoel. Als er bijvoorbeeld geen betrouwbare statistieken of modellen zijn. Of als het gaat om schades die niet eenvoudig zijn te kwantificeren. Maar dat stond een goed gesprek over de fabriek nooit in de weg.

Nieuwe bewoners melden zich, de buurt verandert. Discussies over de risico’s van onze fabriek verlopen anders. De nieuwkomers omarmen de tijdgeest waarin iedereen niet alleen recht heeft op een eigen mening, maar ook op eigen feiten. Over hoe dat gaat aflopen, ben ik niet gerust. In de toekomst dreigt het onderscheid tussen feiten en meningen te verdwijnen. Door nepnieuws en ‘alternatieve feiten’ is er dan geen verschil meer tussen onderbouwd en onderbuikt. Geruzie en gelijkhebberigheid zijn het enige dat rest. Dat is het einde van de dialoog en het goede gesprek over risico’s. Ik denk dat ik dan verhuis.