Als risicoadviseurs en veiligheidskundigen hebben we een imagoprobleem. Want het gaat bij ons altijd over narigheid. Over ongevallen en zaken die verkeerd kunnen aflopen. Geen wonder dat veel mensen ons zwartkijkers en bangmakers vinden. Het begint al met het woord risico. Sommige mensen vinden dat een naar en negatief woord. Je zou dus ook kunnen zeggen dat risico een imagoprobleem heeft. Maar ik vind risico juist een fantastisch begrip. En er bestaan zoveel risico-definities, dat je er alle kanten mee op kan. Van ‘kans maal effect’ tot ‘de invloed van onzekerheid op gestelde doelen’. Dat biedt dus allerlei mogelijkheden om er een positieve draai aan te geven. En dat is goed voor ons imago.

Ik heb het wel eens vergeleken met het verschil tussen veiligheidsmanagement en kwaliteitsmanagement. Bij veiligheid streven we naar minder fouten (we willen van 1% naar 0,1%), terwijl we bij kwaliteit streven naar meer successen (we willen van 99% naar 99,9%). Als je het zo bekijkt, zijn veiligheidsmanagement en kwaliteitsmanagement twee zijden van eenzelfde medaille. Maar de kwaliteitskant klinkt een stuk positiever dan de veiligheidskant.
Natuurlijk, ook voor kwaliteitsadviseurs wordt de rode loper niet altijd uitgerold. En ook zij worden, net als risicoadviseurs, nogal eens gezien als zeurpieten. Maar uiteindelijk klinkt hun boodschap prettiger: “Het kan beter”. Terwijl de pas-op-kijk-uit-boodschap van de veiligheidsadviseur meer het karakter heeft van: “Het kan minder slecht”. De veiligheidskundige is niet alleen een zeurkous, maar van oudsher ook een doemdenker. 

Het is niet alles kommer en kwel. Het leven is verrukkelijk. Nooit in de geschiedenis van de mens waren we gezonder en leefden we langer. Natuurlijk, er gaat wel eens wat mis. Maar er gaat ook heel veel goed. Zelfs in organisaties die het gevaar lijken op te zoeken. Zij slagen erin om goed te functioneren en zijn buitengewoon betrouwbaar. Zelfs al doen zij gevaarlijke dingen of functioneren zij in een omgeving die fouten direct en meedogenloos afstraft. Zo gaat er ongelooflijk veel goed in kerncentrales, op vliegdekschepen en bij ruimtemissies. Hoe is dat mogelijk? Met die verbazing begon alweer dertig jaar geleden de studie naar high-reliability organizations (HRO’s). Verbazing: niet over rampen, maar over succesvolle activiteiten.

Risico klinkt negatief en heeft een imagoprobleem. En omdat veiligheid gaat over risico’s heeft ook veiligheid een beetje een imagoprobleem. Misschien spreken sommige veiligheidsmensen daarom tegenwoordig van Safety-I en Safety-II. In modern Nederlands: Veiligheid-een-punt-nul en Veiligheid-twee-punt-nul. Je zou kunnen zeggen dat Veiligheid-een-punt-nul het klassieke veiligheidsdenken is dat zich concentreert op alles dat mis gaat of mis kan gaan. Terwijl de nadruk bij Veiligheid-twee-punt-nul ligt op zaken die juist goed gaan. Veiligheid is niet langer ‘voorkomen dat er iets mis gaat’, maar ‘zorgen dat alles goed gaat’. Het is een ander perspectief en een andere definitie. Precies zoals de moderne normen voor managementsystemen het bedoelen.

Dat alles is natuurlijk niets nieuws onder de zon. De tegenstelling tussen optimisten en pessimisten is van alle tijden. Oude wijn in nieuwe zakken? Misschien. Toch kunnen we ons laten inspireren door kwaliteitsmanagement, door die HRO’s en door veiligheid-twee-punt-nul. Positiever praten en denken. Een genuanceerde kijk met een evenwichtige aandacht voor wat goed gaat en wat fout gaat. Een besef dat er niet alleen veel valt te leren van missers, maar ook van successen. Dat komt het imago van risico ten goede. En ook dat van ons.