De maatschappij accepteert tegenwoordig geen onveiligheid meer. Dit drijft de verantwoordelijken voor veiligheid tot een streven naar absolute veiligheid. Men denkt dit te kunnen realiseren met geavanceerde technologie. Niet zelden echter wordt bij de introductie hiervan het veiligheidsrisico alleen maar verplaatst. Absolute veiligheid bestaat niet en techniek kan falen en zal dat ook op onverwachte momenten doen. Niet zelden wordt daarmee een hoger risico geïntroduceerd dan de technologie beoogt weg te nemen.

Een momenteel in het middelpunt van de belangstelling staand voorbeeld zijn de veiligheidssystemen bij de tunnels in de A73 bij Roermond. Alom werd geëist dat aan de hoogste veiligheidseisen moest worden voldaan, alsof het een vele kilometers lange tunnel door een Alpenkolos betreft. De nieuwste technologie moest worden toegepast. Inmiddels is gebleken dat technologie weerbarstig is en in de ‘testperiode’ hebben rare capriolen van de technologie waarschijnlijk al meer ongevallen veroorzaakt dan er in jaren in een ‘normale’ tunnel plaatsvinden. Ook in de toekomst zullen de toegepaste technische beveiligingen af en toe falen met mogelijk ongevallen tot gevolg.

Een ander voorbeeld van de grenzen van technologie volgt uit een Duits onderzoek naar het effect van ABS in een auto. Uit dit onderzoek bleek dat auto’s met ABS vaker bij slipongevallen betrokken waren dan auto’s zonder ABS. De verklaring was dat veel bestuurders van auto’s met ABS zich erg veilig achtten met dit systeem en daarom dachten zij bij gladheid wat ‘sportiever’ te kunnen rijden. Een omgekeerd voorbeeld kreeg ik te horen van de ontwerpers en producenten van de Burton. Deze Nederlandse auto bestaat uit een polyester carrosserie dat op een chassis van een ‘lelijke eend’ wordt gebouwd en waarmee een quasi old timer sportauto wordt gecreëerd. Toen ik vroeg of dat niet onveilig was, kreeg ik als antwoord dat het voor iedereen volstrekt duidelijk is dat dit het geval is. Daarom is men erg voorzichtig, waardoor er tot nu toe nimmer ernstige ongevallen met een Burton zijn geweest.

Nog een voorbeeld van mijns inziens een overkill aan technologie zijn de automatische remsystemen op het spoor en dan ook nog systemen die bij lage snelheid werken. De roep hierom werd steeds luider na een botsing van twee passagierstreinen bij het station van Amsterdam op 21 mei 2004. Naast wat blikschade hadden hierbij een tiental mensen wat lichte verwondingen opgelopen. Miljarden zijn geïnvesteerd om dit in het vervolg te voorkomen. Nu blijkt uit onderzoek, dat machinisten op spoortrajecten met een automatisch remsys­teem vaker door rood licht rijden. Er kan immers niets gebeuren, want er is een automatisch remsysteem. Echter, ook dit systeem zal ongetwijfeld af en toe technisch falen, al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen (bijvoorbeeld bij de montage of het onderhoud).

De moraal van het verhaal is dat techniek niet de oplossing van alle problemen is. In situaties waarin al een hoog veiligheidsniveau bestaat kan het introduceren van nog meer techniek resulteren in nieuwe risico’s die mogelijk niet onderdoen voor het risico dat men wilde verminderen. In dat geval is het dure technische middel erger dan de kwaal. We moeten wat vaker accepteren dat iets veilig genoeg is en ons dure geld investeren in zaken met een hoger veiligheidsrendement.

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)