Aanvullende RI&E
In de risico-inventarisatie en -evaluatie zie je vaak staan ‘voldoet aan de NEN 3140’. Maar wanneer voldoe je hieraan en wie overziet alles op dit gebied? Een aanvullende RI&E ‘elektrische bedrijfsvoering’ kan hier beter inzicht in geven. Het doel van de aanvullende RI&E is het inventariseren en evalueren van alle risico’s die samenhangen met het werk en de werkomstandigheden op het gebied van elektrotechniek. Er wordt daarbij ook gekeken naar alle werkzaamheden aan of in de nabijheid van elektrische installaties, -machines dan wel -arbeidsmiddelen van/door zowel medewerkers als door derden, die een bedreiging kunnen vormen voor hun veiligheid, gezondheid en psychosociale arbeidsbelasting.

Welke risico zijn er op het gebied van elektriciteit?
Kijkend naar de risico’s van elektriciteit is er een onderscheid tussen risico’s voor personen en dieren en risico’s voor omgeving of installatie. Laatstgenoemde is verder onder te verdelen in handelingen uitgevoerd door de persoon aan of in de nabijheid van elektrische installaties en ontwerp- of montagefouten in de elektrische installatie.

Risico’s voor personen
Elk lichaam heeft weerstand. Deze weerstand wordt onder andere bepaald door de gesteldheid van de persoon (is hij zweterig, hoeveelheid eelt, etc.). Wanneer het lichaam een constante (gelijke) weerstand heeft, loopt er bij een grotere spanning een grotere stroom door het lichaam. De gevolgen van de stroomdoorgang door het lichaam zijn afhankelijk van de stroomsterkte, wissel- of gelijkstroom, tijdsduur en frequentie, omgevingsfactoren en lichaamskenmerken.

Wanneer een persoon in contact komt met de spanning en er een stroom door het lichaam gaat lopen, kan er elektrocutie plaatsvinden. De persoon is dan zelf de geleider en er stroomt ‘elektriciteit’ door het lichaam heen. Dit kan zorgen voor bepaalde samentrekkingen van de spieren, zoals de ademhalingsspieren en fibrillatie van het hart. Fibrillatie wil zeggen dat de hartspier snelle samentrekkingen krijgt waardoor het hartritme verstoord wordt (inefficiënt/onregelmatig) en het kan stoppen met kloppen. Ook kunnen er (ernstige) brandwonden op het lichaam ontstaan. Dit speelt vooral bij hoogspanning, omdat de stroom dan voor een groot deel over het lichaam loopt. Het is belangrijk dat voorkomen wordt dat het lichaam onderdeel wordt van het elektrische circuit, zodat de stroom niet door het lichaam gaat.

Bij een even hoge spanning is gelijkstroom minder gevaarlijk dan wisselstroom. Een wisselspanning van 50 Volt of een gelijkspanning van 120 Volt worden beschouwd als een veilige spanning. De normen die gehanteerd worden voor het installeren van de elektrische installatie gaan van deze beredenering uit.

Bescherming tegen elektrische schok
De bescherming tegen elektrische schok bestaat onder andere uit:
–       Beveiliging tegen directe aanraking;
–       Beveiliging tegen indirecte aanraking;
–       Bescherming tegen thermische invloeden;
–       Beveiliging tegen overstroom;
–       Bescherming tegen foutstromen;
–       Beveiliging tegen overspanning.

Het ontwerp van elektrische installaties
In oude/voorgaande normen werd tot in de detail omschreven hoe elektrische installaties ontworpen dienden te worden. De huidige normen (o.a. NEN1010 bepaling 132.1) geeft aan dat de elektrische installatie goed dient te functioneren voor het gebruik waarvoor de installatie is bedoeld. Met andere woorden, men kan nu niet meer tegen een installateur zeggen: ‘Ontwerp maar een installatie’. De organisatie (installatieverantwoordelijke/werkverantwoordelijke) zal aan de hand van een risicobeoordeling dienen te bepalen wat het beoogde gebruiksdoel is en wat de minimale eisen aan de installatie zijn.

Een voorbeeld. Nergens staat in de huidige NEN1010 dat er in kantoren aardlekschakelaars moeten zitten. Gezien de prijs van een aardlekschakelaar zal een installateur deze over het algemeen niet spontaan meenemen in zijn offerte. Echter indien er een pantry is en er is sprake van wandcontactdozen voor algemeen gebruik (stofzuiger, opladers, etc.) waarbij de gebruikers over het algemeen leken zijn op het gebied van elektriciteit, dan zijn aardlekschakelaars een ‘must have’. Dit moet dus goed met de installateur besproken worden. Voor de elektrische installaties van machines is bijlage B uit de EN IEC 60204-1 een handig instrument voor de bepaling van de minimale eisen.

Isoleren
Een van de beschermende maatregel is isoleren. Door te isoleren wordt contact met de spanning voorkomen, waardoor die niet schadelijk is voor het lichaam en de omgeving. Dit hangt echter wel af van de dikte en de weerstand van de isolatie en bestendigheid tegen bepaalde invloeden op de isolatiematerialen. Afscherming wordt het meest toegepast bij het ontwerpen van een elektrische installatie: het zorgt ervoor dat je niet in de buurt kan komen van de spanningsbron.

Aarding
Aarding kan voor een veiligere omgeving zorgen. Aarding betekent dat er continu contact is met de aarde zodat de stroom veilig weg kan stromen. Een aanvullende beveiliging is de aardlekbeveiliging in de installatie. De aardlekschakelaar signaleert aardlekken. De aardlekschakelaar vergelijkt de heengaande stroom met de teruggaande stroom in de installatie. Als de aardlekschakelaar signaleert dat er een verschil is tussen de heen- en teruggaande stroom, schakelt de aardlekschakelaar uit. Zo voorkomt de aardlekschakelaar dat de eventuele lekstroom pas gaat lopen via een persoon die het toestel dan vastpakt. Daarnaast wordt er in een installatie ook gebruik gemaakt van smeltveiligheden (stoppen). De smeltdraad in de stop smelt door als er een sluiting in de installatie optreedt en/of als er langdurige een te grote stroom (overbelasting) loopt in de installatie.

Gescheiden stroomketens
Ook is het van belang dat de stroomketens van elkaar gescheiden zijn. Veilige scheiding houdt in dat er een scheiding is gemaakt tussen het elektriciteitsnet en de machine die de stroom gebruikt. Wanneer de ketens niet goed van elkaar gescheiden zijn, kan er brandgevaar optreden. Brandgevaar kan ook ontstaan door kortsluiting, overbelasting, onvoldoende koeling of isolatiefouten.

Explosiegevaar
Ook kan er door elektriciteit explosiegevaar optreden. Dit kan onder andere optreden bij een benzinestation. Statische elektriciteit speelt hier een rol bij. Aan de oppervlakte van voorwerpen bevinden zich geladen atomen. Wanneer de vlakken tegen elkaar aan komen wisselen ze elektronen uit. Ook bij vloeistoffen kan dit verschijnsel optreden. Wanneer de vloeistoffen verplaatst worden, kan er door wrijving een statische lading ontstaan en tussen de vloeistof en geladen wand kan er een explosie ontstaan. Eventuele overige ongelukken kunnen gebeuren doordat iemand door aanraking met spanning schrikt en daardoor valt.