De aanleg van spoorlijnen in de eerste helft van de negentiende eeuw maakte de bevolking zeer wantrouwend. Bang als zij waren voor al die nieuwigheid en de snel door dorpen en steden razende gevaartes. Terwijl ik als kind na schooltijd naar huis huppelde, speelde het verhaal van ‘onze meester’ nog door mijn hoofd. Ik verbaasde me over zoveel achterlijkheid bij onze voorouders.

Nu in het begin van de éénentwintigste eeuw hebben we in Nederland weer een spoorlijntje aangelegd en wel door de Betuwe. Hij gaat niet door steden en dorpen. Hij loopt niet of nauwelijks door ongerepte natuur. Hij gaat overal met tunneltjes of brugjes onderdoor of overheen. Er worden geen mensen over vervoerd, maar alleen goederen. Toch is er weer grote zorg over onze veiligheid. Onze huidige ‘meesters’ zijn nu bestuurder, politicus of lid van een belangengroep of journalist. Naar hartelust en believen voeren ze het ene na het andere gigantische veiligheidsprobleem op.

Dan weer zijn de tunnels brandgevaarlijk en moeten er sprinklers in. Vervolgens kan er via sloten niet genoeg bluswater langs het spoor worden aangevoerd. Als dat verholpen is, wordt de brandweer weer gehinderd door geluidsschermen, waarvan men overigens eerst geëist heeft dat ze er moesten komen. Zo gaat het maar door. Weer hoor ik met toenemende verbazing de verhalen van onze ‘meesters’, aan. Hoezo brandgevaarlijke tunnels? Een trein is er zo doorheen en er zit maar één man op de trein. En als er geen bluswater bij het spoor kan komen, dan toch ook niet bij een brand op de A15, want die loopt er vlak langs. En kan bij die andere spoorlijnen in Nederland dan wel overal bluswater worden aangevoerd? Ik dacht het niet. Nog verbazingwekkender vind ik de gedachte dat de brandweer niet over een muurtje kan spuiten. Hebben ze bovendien ook nog geen blusladders?

Bijna zeker is het vervoer over de Betuwelijn veiliger dan de manier waarop die goederen nu vervoerd worden. Uitstel van ingebruik­name laat dus een onveiliger situatie voortduren! Blijkbaar mag overal een ongeluk gebeuren, maar niet op de Betuwelijn. Door al die irrationaliteit zou je haast denken dat onze huidige ‘meesters’ wel veel moeite zullen hebben met de PABO-rekentoets. Of misbruiken ze ‘veiligheid’ misschien voor andere belangen? Al met al kost het de samenleving vele miljoenen euro’s. Die kunnen beter besteed worden aan echte veiligheid, zoals onbewaakte spoorwegovergangen (waar jaarlijks nog circa 20 mensen verongelukken) of verbetering van de veiligheidcultuur in de gezondheidszorg (debet aan meer dan 1.000 slachtoffers per jaar) of de aanschaf van hartdefilibratoren.

Voornoemde sterke gerichtheid op een en­kel, mogelijk vermeend, veiligheidsprobleem komt wel vaker en ook op kleine schaal binnen bedrijven voor. Veelal is deze tunnelvisie ingegeven door subjectieve risicoperceptie of door een recent incident (“dat mag nooit weer gebeuren”). Daarom is het zeer nuttig om zo nu en dan risico’s met een nuchter verstand te beschouwen. Verantwoord omgaan met risico’s kan de portemonnee en zeker ook de veiligheid ten goede komen. Zelfreflectie is soms nodig, want wie zijn nu de echte ‘achterlijken’ onze voorouders of wij?

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)