Werkgevers hebben de plicht om er voor te zorgen dat de werkzaamheden zo veilig en gezond mogelijk kunnen worden uitgevoerd. Allereerst moet geprobeerd worden om risico’s te voorkomen en als dat niet kan of redelijkerwijs niet mogelijk is, dan collectief maatregelen te treffen. Dat staat in de Arbeidsomstandighedenwet. Daar hoort in veel gevallen bij dat aan de werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld. Voorbeelden zijn handschoenen, reddingsvesten, veiligheidsbrillen, -schoenen, -helmen en –gordels en adem-, gehoor-, knie- en schouderbescherming.

Houdt de werkgever zich inderdaad aan alle verplichtingen dan is er natuurlijk ook een verantwoordelijkheid bij de werknemer. Bij de werknemers zal gecontroleerd worden op het juiste gebruik van de bescherming. Houden werknemers zich ondanks een voldoende beschikbaarheid en duidelijke instructies plus toezicht daarop van de werkgever niet aan de afspraken dan kent de Arbeidsomstandighedenwet de mogelijkheid ook een werknemer boete aan te zeggen.

In 2012 heeft de Inspectie voor het laatst zo’n grootschalige controle gedaan. Bij 47% van de gecontroleerde bouwlocaties werden toen overtredingen geconstateerd. Opvallend was toen dat in meer dan de helft van overtredingen de boete aan de werknemer werd opgelegd.

De dynamiek van een bouwplaats en de aard van het werk maken een vrijwel permanente beschikbaarheid en draagplicht van persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk om risico’s zo klein mogelijk te houden en letsel te voorkomen. Dat is een verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers samen.

Meer informatie