Door deze uitkomsten blijft de Inspectie SZW tot 2016 inspecties uitvoeren. Bovendien waarschuwt zij dat bedrijven die stelselmatig de wet overtreden harder worden aangepakt. Daarnaast is er sprake van noblesse oblige, stelt de Inspecteur-Generaal SZW in het rapport: “De chemische sector is aangewezen als een van de topsectoren in Nederland. Dit schept verplichtingen. Van de bedrijven in deze sector verwacht ik dat zij, zeker op het gebied van veilig en gezond werken met gevaarlijke stoffen, ook een topsector worden als het gaat om arbeidsomstandigheden en daarmee een voorbeeld zullen zijn voor andere bedrijven.”
In het rapport valt op dat vooral de grote chemiebedrijven kunnen aantonen dat zij het effect van blootstelling aan gevaarlijke stoffen in de hand hebben. Bovendien zetten bijvoorbeeld Fuji en AkzoNobel zich in om eenvoudig toepasbare werkwijzen en goede voorbeelden te ontwikkelen voor concullega’s. Het midden- en kleinbedrijf heeft meer moeite met de uitvoering van de regels voor de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De maatregelen voor de beheersing zijn er wel, maar de stoffeninventarisatie, grenswaarden en een beoordeling van de blootstelling ontbreken te vaak volledig.
Projecten van de VNCI om de arbeidsomstandigheden te verbeteren blijven niet onvernoemd. Zo maakt het rapport onder meer melding van het nut van haar jaarlijkse informatiedag over stoffen en het actieplan Veiligheid Voorop. De Inspectie SZW verwijst daarnaast expliciet naar haar eigen zelfinspectietool om bedrijven te helpen hun zaken op orde te krijgen, en deze tool is mede door hulp van de VNCI en haar leden ontstaan.
Sectorrapportage Aardolie, Chemie, Farmacie, Kunststof en Rubber 2012 (Rijksoverheid.nl, 10 oktober 2012)