De ondertekenaars van de intentieverklaring spreken naar elkaar uit dat zij zowel naar opdrachtgevers als naar onderaannemers het stofvrij werken verder aanjagen door het als uitgangspunt te nemen bij de uitvoering van het werk. De grotere bouwondernemingen spelen hierbij een belangrijke rol. Immers, zij kunnen vanuit hun rol en positie het best het initiatief nemen om zowel hun opdrachtgevers als de onderaannemers aan te spreken als het gaat om de aanpak van kwartsstof. De risico’s van kwartsstof, dat vrijkomt bij de bewerking van steenachtige bouwmaterialen, zijn nog niet zo bekend. Dagelijkse blootstelling hieraan kan leiden tot longziektes en kanker.

Ook Aboma en TNO hebben hun handtekening onder de intentieverklaring gezet. Zij zijn vooral betrokken bij het ontwikkelen van nieuwe werkmethoden rondom stofvrij werken en de wijze waarop bouwbedrijven deze werkmethoden in de praktijk kunnen toepassen.

De Inspectie SZW controleert en handhaaft of bij werkzaamheden in de bouw, zoals boren, hakken, slijpen en zagen, zichtbaar stof vrijkomt. Dan wijst dit op het niet gebruiken van de juiste beheersmaatregelen of op het niet goed functioneren van de beheersmaatregelen. In beide situaties is zowel door de werknemer, werkgever, hoofdaannemer als opdrachtgever actie geboden.

De doelstelling van deze intentieverklaring is het realiseren van een Stofvrije Werkplek. De aannemers geven hiermee invulling aan de Arbo-wet en aan het begrip “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen”. Zorg voor gezonde arbeidsomstandigheden van werknemers en minimalisatie van de overlast naar anderen (bewoners, collega’s) is belangrijk. De ondertekenaars vervullen een voorbeeldfunctie voor de gehele bouwketen, van opdrachtgevers tot aan zzp’ers.

De intentieverklaring heeft geen juridische status, het is vooral een uiting van verantwoordelijkheid nemen en dat naar elkaar toe publiekelijk uitspreken. Inspectie en ondertekenaars laten hiermee zien dat ze samen werken aan het verder verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de bouw.