We gaan spannende tijden tegemoet. Nederland gaat vergrijzen. De komende vijf jaar verlaat ca 20% van de beroepsbevolking het arbeidsproces. Dit levert natuurlijk allerlei problemen op. Maar elk probleem is tegelijkertijd een uitdaging. Het grootste probleem is echter de wijze waarop de maatschappij, geregeerd door boekhouders, op de komende veranderingen reageert. Een treurzang over kosten. Schijnoplossingen worden gezocht in extra belasting, langer blijven werken en zelfs het terugroepen van gepensioneerde docenten. Allemaal oplossingen die voorbij gaan aan de fundamentele zekerheid dat we in de niet zo verre toekomst minder mensen hebben om meer te doen.

Elk vakgebied moet de uitdaging aangaan om meer werk met minder mensen te realiseren. Een andere oplossing is er niet. Dit probleem, sorry deze uitdaging, wordt nog groter door een sterk toenemende personeelsvraag vanuit de ‘zorg’. Vanzelfsprekend staat die sector ook voor de uitdaging, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat deze sector geen personeel aan andere werkvelden zal onttrekken.

Hoe gaan we nu de uitdaging aanpakken om meer te doen met minder mensen in ons werkveld van ‘de veiligheid’? Mijns inziens, is de oplossing tweeledig, namelijk:

  • ‘veiligheid’ een inherent natuurlijk onderdeel laten zijn van het werk van iedereen;
  • stoppen met het doen van onzinnige dingen.

Door ‘veiligheid’ een inherent natuurlijk onderdeel te laten zijn van ieders beroepstaak, kunnen veel toezichthoudende en inspectiewerkzaamheden overbodig worden. Hiervoor is het essentieel dat een ieder voldoende ‘veiligheidsbewustzijn en -kennis’ verwerft en op peil houdt. Hier ligt een belangrijke taak voor de onderwijswereld, zowel voor het initiële onderwijs als voor de invulling van het ‘levenslang leren’.

Stoppen met het doen van onzinnige dingen geeft ruimte voor het doen van zinnige dingen. Maar wat zijn onzinnige dingen? Veel werkvelden, maar in het bijzonder het ‘veiligheids- en milieuwerkveld’, staan bol van meten, registreren, inspecteren, rapporteren en archiveren van alles en nog wat. Uiteraard kan dit zinvol zijn (‘meten is weten’) als er daadwerkelijk iets gebeurt, maar heel veel van dit werk wordt gedaan om aan te kunnen tonen (bijvoorbeeld aan de overheid) dat er niets gebeurt. Neem bijvoorbeeld stralingbescherming: jarenlang worden wekelijkse besmettingmetingen uitgevoerd, geregistreerd en gerapporteerd, terwijl er nooit iets gevonden wordt en het risico van een eventuele besmetting ook nog eens klein is. Laat ons stoppen met het doen van dingen alleen om iets ‘aan te kunnen tonen’. Dit bevredigt alleen maar wantrouwen en voedt dit tegelijkertijd. Want als je niet vertrouwt wat iemand doet, vertrouw je dan wel wat hij opschrijft, enzovoort.

Gelukkig zijn er ontwikkelingen die een efficiënter en veiliger beheer van installaties en processen mogelijk maken. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘risk based’ benaderingen met betrekking tot onderhoud en inspecties. Door goed na te denken over wat er allemaal fout kan gaan en wat de gevolgen (risico’s) daar dan van zijn, kunnen het onderhoud en de inspecties veel effectiever uitgevoerd worden met behoud, ja zelfs verhoging, van de beschikbaarheid en het veiligheidsniveau. Deze weg van minder te moeten doen door meer te denken, lijkt me aantrekkelijker dan met zijn allen langer blijven werken om domme dingen te doen.

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)