In ruim de helft van de gevallen werken mensen gewoon door na een ongeluk, op de dag zelf of de dag erna. Dit geldt zeker in de horeca. Het gaat dan om bijvoorbeeld koks, keukenhulpen en kelners die zich gesneden, gestoten of verbrand hebben. Hierdoor is het verzuim na ongevallen in de horeca niet hoger dan in andere sectoren, ondanks het hogere aantal ongelukken. In de landbouw en de bouw is het verzuim door ongevallen wel bovengemiddeld. 

Een arbeidsongeval kan ook leiden tot geestelijke schade. Dat overkwam vorig jaar één op de 200 mensen. In de zorg kwam dat zelfs bij één op de 100 mensen voor, bijvoorbeeld bij sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders die zijn bedreigd, geschopt of gebeten. Een derde van de mensen met psychische klachten, is door een ongeval een maand of langer thuis. Bij lichamelijk letsel is dat 6 procent.

Een sector die vroeger behoorde tot de meest riskante sectoren, is nu een stuk veiliger geworden: de papier- en karton-industrie. In vijf jaar tijd is het aantal ongelukken daar teruggebracht van 40 tot 6 (op 1000 werknemers). Werkgever en werknemers hebben samen een soort Arbo-catalogus samengesteld met daarin alle risico’s, veiligheidsproblemen en de oplossingen. Op grote schaal worden nu veiligheids-checks gedaan. De bedrijven doen dat bij elkaar. Zo kunnen ze elkaar scherp houden en het werpt duidelijk zijn vruchten af.