Fabrikanten en distributeurs hebben grote zorgen over de voortgang van het implementatieproces. Want tot dusver zijn slechts enkele certificeringsinstanties geaccrediteerd om persoonlijke beschermingsmiddelen volgens de nieuwe verordening te toetsen en te certificeren. Die certificeerders hebben dus nog wat huiswerk te doen. Ook arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen moeten zich tijdig inwerken in de verordening, om goed te kunnen beoordelen of het pbm-regime in hun bedrijf aan de nieuwe Europese regels voldoet.

Strenger en uniformer

De nieuwe Europese PBM-verordening 2016/425 vervangt de verouderde EU-richtlijn 89/686/EEG uit 1989 en ingevoerd in 1994. Dat brengt nogal wat veranderingen met zich mee. De essentie is dat een verordening dwingender is dan een richtlijn. Europese richtlijnen moeten door de lidstaten zelf worden vertaald naar nationale regelgeving, waardoor binnen Europa grote verschillen in regelgeving en uitvoering bestaan. Een EU-verordening moeten de lidstaten een-op-een implementeren, waardoor regels en normen in heel Europa uniform worden toegepast. Ook stelt een verordening strengere eisen aan de kwaliteitswaarborg van producten, in dit geval aan de veiligheidsprestaties van pbm. Met de verordening in de hand kunnen certificeringsinstanties, arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen beter onderbouwd beoordelen of de juiste beschermende uitrusting wordt gebruikt voor uiteenlopende vormen van risicovolle arbeid. Een derde verandering is dat onder de nieuwe verordening de certificering van PBM maximaal vijf jaar geldig is, waar de bestaande richtlijn geen geldigheidslimiet kent. De nieuwe regels verplichten fabrikanten om iedere vijf jaar hun producten te laten hercertificeren en waar nodig aan te passen aan nieuwe inzichten, technieken en materialen, als de veiligheidsprestaties hiermee te verbeteren zijn. Toezichthouders als de Inspectie SZW of de NVWA kunnen pbm die niet voldoen aan de eisen in de verordening, uit de handel nemen of terugroepen bij de gebruikers. Per saldo komt de nieuwe verordening voor pbm de arbeidsveiligheid in risicovolle werksituaties dus ten goede.

Verschuiving categorieën

Ook inhoudelijk kent de regelgeving wijzigingen, in het bijzonder veranderingen in de categorie-indeling. Pbm worden ingedeeld in drie categorieën, van laag naar hoog beschermingsniveau.
In de huidige indeling vallen onder klasse 1 bijvoorbeeld arbeidshygiënische producten als stofwerende werkoveralls en tuinhandschoenen. Klasse 2 bevat middelen als helmen, veiligheidsbrillen en gehoorbescherming. Tot klasse 3 behoren de producten die werknemers beschermen tegen potentieel onherstelbare of zelfs fatale letsels, zoals gaspakken en adembeschermingsuitrusting. In de nieuwe verordening zijn verschillende pbm verschoven van klasse 2 naar de zwaardere beschermingsklasse 3. Zoals beschermende kleding voor het werken met motorkettingzagen, en gezichts- en gehoorbeschermingsmiddelen.
De Europese Commissie oordeelt dat gehoorschade moet worden gezien als onherstelbaar lichamelijk letsel. Dat betekent in de praktijk dat er op grond van de nieuwe verordening veel strengere kwaliteitseisen gelden tijdens de productie voor gehoorbescherming in een lawaaiige werkomgeving. Belangrijk om te weten voor de certificerende instellingen. Maar ook voor de arboprofessionals bij bedrijven, die de keuze voor pbm moeten afstemmen op de risicoanalyse van installaties en werkprocessen.

Dreigend knelpunt

Wat is de stand van zaken rond de verordening en hoe ziet het verdere tijdpad eruit? In het kort: de verordening is op 31 maart vorig jaar gepubliceerd en daarna gedeeltelijk in werking getreden.
Belangrijk voor een soepele implementatie in de pbm-praktijk is dat de industrie en de certificeringsmarkt de tijd hebben om zich op de nieuwe regels voor te bereiden. Als eerste moeten de certificeringsinstanties worden geaccrediteerd om pbm volgens de eisen in de nieuwe verordening op hun prestaties te beoordelen en te certificeren. Fabrikanten en distributeurs zijn erbij gebaat zo snel mogelijk na het van kracht worden van de verordening producten op de markt te brengen die aan die nieuwe verordening voldoen. Dat mag pas met ingang van 21 april 2018 en alleen met een geldig typekeurcertificaat van een erkende keuringsinstantie.
Hier dreigt een knelpunt te ontstaan. Certificerende instanties konden zich al vanaf oktober 2016 laten accrediteren, maar tot dusver heeft nog maar een enkele instantie dat gedaan. Als de instanties dat te laat doen, kan het op de markt brengen van pbm conform de nieuwe verordening worden gefrustreerd. Ook het hercertificeren van bestaande producten aan de hand van de nieuwe EU-kaders kan dan vertraging oplopen.

Overgangstermijn

De implementatie van de nieuwe regelgeving heeft een overgangstermijn, tussen 21 april 2018 en 21 april 2019, waarin bedrijven mogen kiezen of ze hun producten volgens de oude EU-richtlijn of volgens de nieuwe verordening 2016/425 laten toetsen en certificeren. Na 21 april 2019 mogen ze alleen nog pbm op de markt brengen die voldoen aan de nieuwe verordening. Reeds gecertificeerde pbm volgens de oude regelgeving
mogen nog tot uiterlijk 21 april 2023 worden gebruikt. Na die datum moeten alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorzien van een certificaat conform de nieuwe verordening.
Dit lijkt een simpel verhaal, maar fabrikanten en leveranciers worstelen met de vraag wat er moet gebeuren met voorraden ‘oude’ pbm die wel zijn gecertificeerd, maar nog niet in de handel zijn gebracht. Blijven zij straks met die voorraden zitten omdat ze onverkoopbaar zijn? Een vraag waarop leveranciers nog geen eenduidig antwoord hebben gekregen van overheid en certificeringsinstanties. En er zijn meer vragen rond
de verdere inwerkingtreding van EU-verordening 2016/425.
Veel details, zoals consequenties van de verordening voor de toezicht- en handhavingspraktijk, moeten nog worden uitgewerkt. In totaal hebben overheden, fabrikanten, keuringsinstanties en andere stakeholders zo’n 150 vragen bij de EU gedeponeerd over de praktische uitvoering van de verordening. De Europese Commissie werkt aan twee producten die ondersteuning kunnen bieden. Een guide, die kan helpen bij de praktische vertaling van de verordening naar de werksituatie van alle partijen in de arbeidsveiligheidsketen. En een vraag-en-antwoord-document met veelgestelde vragen. Het is te hopen dat ze snel beschikbaar komen en kunnen helpen de onrust en bezorgdheid in de pbm-branche weg te nemen. Ook arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen bij bedrijven kunnen hun voordeel doen met de ondersteuningsproducten. Zij zijn namens hun werkgever verantwoordelijk voor het implementeren van de nieuwe Europese pbm-kaders op de werkvloer. Een kwestie van toetsen van beschermende middelen en hun gecertificeerde beschermingsniveau aan een doordachte risicoanalyse. Dan moeten de arbo- en veiligheidsprofessionals wel de inhoud van de verordening kennen. Maar het dikke pakket regels en normen in de verordening doorworstelen is een hele klus. Een praktische gids voor risicogerichte toepassing van de verordening kan dan bijzonder nuttig zijn.

Kortom: verschillende partijen in de keten hebben huiswerk te doen, ter voorbereiding op het van kracht worden van de verordening. In het bijzonder de certificeringsinstellingen, die de poortwachters zijn voor de industrie bij het op de markt brengen van producten conform de nieuwe regelgeving. Als zij hun certificeringstraject niet tijdig op orde hebben, stokt de hele keten van productie en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Bron: www.intersafe.nl