De hele wereld is momenteel in de ban van de kredietcrisis. Vele maanden hebben financiële experts ons voorgehouden dat het bij ons allemaal zo’n vaart niet zou lopen. Nu we het aan den lijve en in de portemonnee gaan voelen, roepen diezelfde experts in koor dat ze het aan hadden zien komen. Ook spiegelen ze ons voor dat het nog wel een tijdje gaat duren. Dit roept het beeld op dat een expert het eigenlijk ook niet weet, maar dat zeker niet zal laten merken.

Een ander verschijnsel is dat vanuit diverse hoeken van het politieke spectrum geroepen wordt om een onderzoek. Niet een onderzoek naar de oorzaken van het uit de hand lopen van het financiële spelletje, maar naar het falen van het toezicht. De werkelijke oorzaken zijn blijkbaar niet interessant, maar men moet op zoek naar schuldigen en als het enigszins kan bij de overheid. De werkelijke oorzaak is natuurlijk de cultuur in de financiële wereld. Uit persoonlijk winstbejag, in combinatie met het ontbreken van een reëel besef van risico’s, is met geld van anderen gespeeld. Het is een illusie dat toezicht ontsporingen voorkomt wanneer de cultuur verpest is.

Zijn er parallellen met de ‘echte’ economie en met de daarin spelende veiligheidsrisico’s voor werknemers, de bevolking en het milieu? Jazeker, is het niet zo dat de eigenaar van de Toekanketen onlangs nog geprobeerd heeft om de overheid aansprakelijk te stellen voor het instorten van zijn parkeerdek. Niet hij, die een constructiebalk had weggelaten (kleinigheidje) was verantwoordelijk, maar de overheid, want die had hem voor de fout moeten behoeden.

Een andere parallel is dat ook in de ‘echte’ economie het korte termijn denken en de financiële gerichtheid hoogtij vieren. Dit kan in combinatie met het ontbreken van voldoende risicobesef (ach dat balkje) gemakkelijk resulteren in onverantwoorde veiligheidsrisico’s. Helaas wordt risicoblindheid gestimuleerd door praktijkervaringen. Vaak worden significante risico’s nimmer manifest. Zelfs het Toekandek is, ondanks het ontbreken van een essentiële constructiebalk, jaren blijven hangen. In de bouw gaat dan ook het gezegde dat dingen veelal blijven hangen uit gewoonte.

Ik ben van mening dat toezichthouders niet alle onrechtmatigheden kunnen constateren en daardoor voorkomen. Dit geldt zowel voor over­heidsinspecties als veiligheidsdiensten. Als de cultuur verpest is, dan is het dweilen met de kraan open. Je kunt niet overal bij zijn. Het is dus voor toezichthouders zaak om vooral de cultuur in de gaten te houden (is de wil aanwezig om iets netjes en correct te doen). Het als toezichthouder proberen om zaken in detail te regelen is tot mislukken gedoemd. Zo hadden de internationale financiële toezichthouders (o.a. het IMF) zich misschien minder moeten bemoeien met allerlei details (zoals de aftrek van hypotheekrente in Nederland) maar had men eens na moeten denken over het feit dat allerlei kleine landjes (naast IJsland zijn er nog diverse zoals Luxemburg en Liechtenstein) zich gretig op de financiële markt stortten. Blijkbaar is dat gemakkelijk geld verdienen en de risico’s, ach het gaat (ging) al vele jaren goed.

Kortom ook in ons veiligheidswereldje kunnen we leren van wat er in de financiële markt is gebeurd. Het laten prevaleren van korte termijn financiële doelstellingen leidt tot het nemen van grotere, mogelijk onverantwoorde, risico’s. De perceptie van de risico’s wordt sterk vertroebeld door constateringen van ‘beslissers’ dat ook onveilige situaties jarenlang goed gaan (zie je wel, die balk was helemaal niet nodig!). Veiligheidskundigen let op je zaak. Blijf geen brandjes blussen, maar let op de cultuur en werk daar aan.

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)