Optische straling kom je op diverse (werk)plekken tegen. Zo wordt straling bijvoorbeeld gebruikt voor droog- en uithardingsprocessen en in meet- en detectieapparatuur. Ook kan straling vrijkomen bij lassen en snijden. Maar wat is optische straling eigenlijk? En kan dit kwaad? En hoe moet je je daar tegen beschermen? De antwoorden op deze vragen komen in deze toolbox aan bod.

WAT IS OPTISCHE STRALING?
Optische straling is een onderdeel van het spectrum van elektromagnetische straling (zie afbeelding). Elektromagnetische straling bestaat uit trillingen die zich voortplanten door de ruimte. Deze trillingen hebben een bepaalde golflengte en bijbehorende frequentie. Afhankelijk van de golflengte wordt elektromagnetische straling in verschillende typen ingedeeld: elektromagnetische velden, radiogolven, microgolf straling, infrarood (IR) straling, zichtbaar licht, ultraviolette (UV) straling en ioniserende straling. Deze toolbox gaat over optische straling (IR-straling, zichtbaar licht en UV- straling).

Het elektromagnetisch spectrum (Bron: AI-blad 60)

Waar komt optische straling voor?
Een natuurlijke bron van optische straling is de zon. Zonlicht bevat UV-B licht. Zie voor dit onderwerp de toolbox zonnig weer.
Kunstmatige optische straling komt tevens bij diverse industriële toepassingen voor, bijvoorbeeld:

  • Droog- en uithardingsprocessen (meestal IR- of UV-straling);
  • Desinfectie van oppervlakken, lucht en water (UV-straling);
  • Lasnadeninspectie en controle op scheurvorming d.m.v. fluorescentie (UV-straling);
  • Verlichting: lampen voor algemene verlichtingsdoeleinden en lampen voor zwaardere verlichting zoals hoge druk kwiklampen of hoge druk natriumlampen;
  • Lasers: voor communicatie (b.v. door glasvezelverbindingen), meet- en richtlasers, bewerkingen van materiaal, in meet- en detectieapparatuur op laboratoria en voor research. Een laser produceert straling met een zeer hoge energiedichtheid.

Ook komt optische straling voor als onbedoeld bijproduct. Bijvoorbeeld bij:

  • Vlam- en elektrisch lassen (UV-straling);
  • Plasma-, autogeen- en lasersnijden (UV-straling);
  • Vlamspuiten en elektrisch verhit spuiten (IR- en UV-straling);
  • Smelt-, giet- en walsprocessen van metaal en glas (IR- en UV-straling).

Wat zijn de gevolgen van blootstelling aan optische straling?
Door absorptie van stralingsenergie kunnen in weefsels chemische reacties en opwarming optreden die schade aanrichten. Dit kan leiden tot acute en chronische gezondheidseffecten, o.a.:

  • Effecten op de huid: roodheid (UV), huidveroudering en huidkanker (chronische blootstelling aan UV), opwarming en mogelijke verbranding van het onderhuids bindweefsel (IR-A);
  • Effecten op de ogen: ontsteking (UV) of verbranding (IR-C) van het hoornvlies of bindvlies (sneeuwblindheid/lasoog), beschadiging of verbranding van het netvlies (UV-A, zichtbaar licht, IR-A) en staar (chronische blootstelling aan IR-A- of UV-B).

De ernstigste effecten treden veelal op na chronische blootstelling. Laserstraling kan, vanwege de hoge energiedichtheid, echter al bij kortdurende blootstelling zeer schadelijk zijn. Onze ogen hebben eigen beschermingsmechanismen: de afwend- en pupilreflex beschermen tegen hoge intensiteit zichtbaar licht. Deze reflex is echter te langzaam om te beschermen tegen laserstraling en werkt niet bij onzichtbare IR- of UV-straling.

Hoe kun je blootstelling aan optische straling voorkomen?
Wanneer kunstmatige bronnen van optische straling voorkomen moet een bedrijf een nadere risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) uitvoeren op dit gebied. Op basis daarvan worden de benodigde beheersmaatregelen bepaald. Omdat dit een erg specialistisch gebied betreft is het van belang om de leverancier van de bron te vragen naar informatie over de risico’s en veiligheidsmaatregelen. Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • Veiligheid in het ontwerp (o.a. spectrum geschikt voor het gebruiksdoel);
  • Afscherming van de bron die schadelijke straling tegen houdt;
  • Beveiligingen met een interlock: deze zorgt dat wanneer de afscherming geopend wordt de apparatuur wordt veilig gesteld;
  • Filters: deze kunnen worden gebruikt om bepaalde golflengtes wel en bepaalde golflengtes niet door te laten. Een voorbeeld is het UVC-filter bij hoge druk kwik lampen
  • Juiste opstelling op de werkplek: bijvoorbeeld open bundels niet richting looppaden en niet op ooghoogte, op grotere afstand van personen plaatsen om de stralingsintensiteit te verlagen;
  • Bronnen in ruimtes plaatsen met toegangsbeperking. Medewerkers mogen daar dan slechts korte tijd werken;
  • Stralingsbronnen met borden bij de apparaten of ruimte aangeven;
  • Medewerkers die met de bronnen werken voldoende instrueren. Alleen geinstrueerde medewerkers met de bronnen laten werken;
  • Wanneer blootstelling niet voorkomen kan worden oog- en huidbescherming dragen, geschikt voor het spectrum en passend bij de taak.

De grootste kans op blootstelling bestaat bij onderhoudsmedewerkers. Een gesloten bron die normaal gesproken geen risico oplevert, kan bij het openen van het apparaat voor onderhoud of reparatie tot stralingsblootstelling leiden. Beveiligingen mogen nooit overbrugd worden!

Wat kun je zelf doen?
Zorg dat je de bronnen van optische straling in jouw bedrijf kent en dat je de veiligheidsregels weet. Werk alleen aan deze bronnen als je geinstrueerd bent. Vraag bij twijfel aan je leidinggevende of de veiligheidskundige wat de juiste maatregelen zijn.

Bronnen:
Arbowet art. 3, 5; Arbobesluit art. 6.12
AI-blad 60 Kunstmatige optische straling
Boek Arbeid & Gezondheid 2014
Praktijkgids arbeidsveiligheid 2014
http://www.arboportaal.nl/onderwerpen/optische-stralinghttp://www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Dossiers/Straling/D_Kunstmatige_Optische_straling.pdf

De Arbeidshygiënisten van Arbo Support kunnen een nadere RI&E voor kunstmatige optische straling voor u uitvoeren en u adviseren over beheersmaatregelen!

Bekijk & download productblad