In de toolbox van april 2015 werd een inleiding gegeven over REACH. Het doel van REACH werd toegelicht en de verschillende stappen die nodig zijn om een gevaarlijke stof op de markt te mogen brengen werden beschreven. In deze toolbox leest u meer over wat REACH voor u, als gebruiker van chemische stoffen, betekent.

DOWNSTREAM GEBRUIKER
In de toolbox van april 2015 zijn de verplichtingen van producenten en importeurs van gevaarlijke stoffen aan bod gekomen. Ook de gebruikers van chemische stoffen, in REACH-termen ‘downstream gebruikers’, hebben verplichtingen onder REACH. U bent downstream gebruiker als in uw bedrijf chemische stoffen worden gebruikt bij het vervaardigen van mengsels of als technische hulpstof in een industrieel proces. Ook bedrijven die stoffen niet op industriële schaal gebruiken, zoals schilders en vloerenleggers, vallen onder deze groep.

CLP: classificatie van stoffen
Voordat de verplichtingen van downstream gebruikers worden beschreven wordt nog een belangrijke verordening genoemd over gevaarlijke stoffen. Sinds 2008 geldt CLP, de Europese verordening over ‘Classification Labelling and Packaging’. CLP vervangt de voormalige stoffen- en preparatenrichtlijn. Hiermee wordt de indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen wereldwijd geharmoniseerd. CLP introduceert nieuwe gevaarsymbolen. In bovenstaande afbeelding zijn de CLP-gevaarsymbolen (ruitvorm en zwart symbool op een witte achtergrond met rode rand) en de ‘oude’ gevaarsymbolen weergegeven. Tevens zijn onder CLP de ‘oude’ R-zinnen (‘risk’) en S-zinnen (‘safety’) vervangen door H-zinnen (‘hazard’) en P-zinnen ( ‘Precautionary measure’ of voorzorgsmaatregelen). CLP wordt gefaseerd ingevoerd tot 1 juni 2015. Tot die tijd komen zowel de ‘oude’ gevaarsymbolen als de CLP gevaarsymbolen nog voor bij mengsels.

Veiligheidsinformatieblad
Wanneer u een stof in gebruik neemt dient u een actueel, Nederlandstalig veiligheidsinformatieblad (VIB) in uw bezit te hebben. Deze moet door de leverancier van de stof worden verstrekt. Wanneer dit niet gebeurt dient u het VIB bij de leverancier op te vragen.
Wanneer u het VIB ontvangt dient u enkele zaken te controleren:

  • Nagaan of het VIB voldoet aan REACH/CLP (16 rubrieken met de informatie genoemd in REACH bijlage II, CLP-gevaarsymbolen, H- en P-zinnen);
  • Nagaan of het VIB voldoende informatie bevat voor de risicobeoordeling (rubrieken 1, 3, 9);
  • Nagaan of het VIB voldoende informatie bevat voor het bepalen van veiligheidsmaatregelen (rubrieken 7, 8), noodmaatregelen (rubrieken 4, 5, 6) en opslag (rubriek 7, 10);
  • Wanneer het VIB niet voldoet aan bovengenoemde eisen dan dient u een nieuw VIB op te vragen bij de leverancier. Verder moet u de leverancier op de hoogte stellen als er eventuele nieuwe informatie over de gevaren van de stof beschikbaar is of als er iets niet in orde is met de in het VIB geadviseerde risicobeheersmaatregelen.

Registratie, gebruik en beheersmaatregelen
Verder dient u de volgende zaken na te gaan:

  • Controleren of de stof geregistreerd is bij ECHA (REACH-registratienummer in rubriek 1 of –voor componenten van mengsels- 3). Wanneer de stof niet geregistreerd is dan kan het zijn dat de stof niet registratie plichtig is. Dit is het geval wanneer minder dan 1 ton/jaar wordt geproduceerd. Raadpleeg bij twijfel de leverancier. Als ook de leverancier geen duidelijkheid kan geven, meldt dit dan bij ECHA en zoek alvast naar alternatieven: andere leveranciers of een alternatieve stof.
  • Nagaan of het gebruik van de stof binnen uw bedrijf overeenkomt met het op het VIB genoemde gebruik (rubriek 1). Wanneer uw gebruik niet overeenkomt met het in het VIB vermelde gebruik dan mag u de stof hier niet voor gebruiken. U heeft dan de volgende mogelijkheden: uw gebruik in overeenstemming brengen met dat in het VIB, nagaan of een andere leverancier uw gebruik heeft uitgewerkt, uw leverancier vragen om voor uw gebruik een blootstellingsscenario op te stellen of dit zelf opstellen.
  • In geval van een uitgebreid VIB of ‘extended’ SDS (e-SDS) nagaan of in uw bedrijf de genoemde operationele condities en risicobeheersmaatregelen genomen zijn zoals vermeld in de uitgewerkte blootstellingsscenario’s in de bijlage. Als dit niet het geval is moet u nagaan of de in uw bedrijf aanwezige maatregelen voldoende bescherming bieden. Als dit niet het geval is, zijn aanvullende maatregelen nodig.

Risicobeoordeling
Voordat een stof in gebruik genomen wordt moet u een risicobeoordeling uitvoeren van de blootstelling van uw werknemers aan deze stof en veilige werkmethoden vast te stellen. De blootstellingsscenario’s in het uitgebreide VIB zijn geen vervanging voor de risicobeoordeling. U kunt de informatie in het VIB wel gebruiken bij deze beoordeling, maar dient uw specifieke situatie toch nog te beoordelen. U dient uw medewerkers voor te lichten over de gevaren van de stoffen en de veilige werkmethoden.

Substances of very high concern
De zeer gevaarlijke stoffen, die een zeer hoog risico opleveren voor mens en/of milieu vallen onder extra strenge eisen, de zogenaamde ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (ZZS) of ‘substances of very high concern’ (SVHC). Gebruik van deze stoffen moet zoveel mogelijk beperkt worden, dit gebeurt door autorisatie en restrictie.
Wanneer u een autorisatieplichtige stof wilt gebruiken, dan mag dit alleen als het gebruik in overeenstemming is met de voorwaarden van de autorisatie (REACH bijlage XIV). Wanneer u een autorisatieplichtige stof wilt gebruiken, waarvoor nog geen autorisatie is aangevraagd, dan dient u dit zelf te doen. Stoffen op de restrictielijst mogen alleen gebruikt worden als het eigen gebruik voldoet aan REACH bijlage XVII. Wanneer u een stof van een van deze lijsten gebruikt moet u dat aan ECHA melden. Rubriek 15 van het VIB geeft informatie over autorisaties en restricties.
Bij gebruik van deze stoffen moet de blootstelling worden teruggebracht tot een zo laag als technisch en praktisch mogelijk niveau, zoals ook vereist door de Arbowetgeving.
Let op: het volgens de in REACH bijlagen XIV en/of XVII vermelde voorwaarden gebruiken van een stof ontslaat u niet van de verantwoordelijkheid om volgens de Arbowetgeving actief te zoeken naar veiliger alternatieven voor deze stof.

Bronnen
Arbowet art. 3, 5; Arbobesluit art. 4.2
Verordening EG 1907/2006 (REACH)
AI-blad 31: Gezondheidsrisico’s van gevaarlijke stoffen
AI-blad 26 Veiligheidsinformatiebladen en werkpleketikettering
http://www.arboportaal.nl/onderwerpen/reach
http://www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Dossiers/Gevaarlijke_stoffen/D_Reach.pdf
http://stoffen-info.nl//
http://reachhelpdesk.nl/
http://echa.europa.eu/nl/
http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/brochures/2012/01/18/reach-informatie-ten-behoeve-van-het-arbobeleid-in-bedrijven/handreiking-reach.pdf
Richtsnoer voor downstreamgebruikers

Arbo Support kan een risicobeoordeling gevaarlijke stoffen voor u uitvoeren en u adviseren over uw REACH verplichtingen. Ook verzorgt Arbo Support trainingen over REACH.

Bekijk & download productblad