Het RIVM heeft met de GGD’en een richtlijn ontwikkeld om te beoordelen of het zinvol is te onderzoeken of mensen als gevolg van een incident inwendig aan chemische stoffen zijn blootgesteld (biomonitoring). Met biomonitoring wordt beter inzicht verkregen in welke stoffen, en in welke mate, door het lichaam zijn opgenomen. Een ander voordeel is dat hiermee, indien relevant, het totaal aan stoffen die tijdens een incident uit verschillende bronnen zijn vrijgekomen, in het lichaam kan worden gemeten. Ook zijn inwendige blootstellingen beter in verband te brengen met eventuele gezondheidsklachten.

De richtlijn maakt duidelijk bij welk type stoffen biomonitoring kan worden uitgevoerd. Afhankelijk van de stofeigenschappen zijn namelijk niet alle stoffen terug te vinden in het lichaam. Daarnaast is aangegeven welke informatie nodig is om het onderzoek technisch en logistiek uit te kunnen voeren. De richtlijn is vooral gericht op kleinschalige chemische incidenten.

Bron: RIVM