Pur wordt gevormd door een exotherme reactie tussen een hydroxylgroepen bevattende component (het polyol) en een vernetter (het isocyanaat). Van isocyanaat is bekend dat het allergieën kan veroorzaken, wanneer blootstelling plaatsvindt via huidcontact of inhalatie. Personen die een allergie hebben ontwikkeld, kunnen bij een zeer geringe blootstelling een sterke reactie vertonen.
In de bouw wordt  voornamelijk met bussen met één-component purschuim gewerkt. De reactie tussen het isocyanaat en het polyol heeft bij dit product al plaatsgevonden. Het gehalte aan vrij isocyanaat in het schuim is erg laag. Er zijn dan ook geen acute effecten op de gezondheid te verwachten, tenzij de persoon al allergisch is voor isocyanaten. Ook kan bij intensief gebruik van schuimbussen in een kleine ruimte zuurstofgebrek ontstaan door de aanwezigheid van drijfgassen. Hierdoor bestaat de kans dat de verwerker duizelig wordt of zelfs bewusteloos raakt. Belangrijk zijn daarom het goed ventileren en het dragen van de pbm’s: een verseluchtkap bij mogelijk zuurstofgebrek, een veiligheidsbril, handschoenen (neopreen, nitrilrubber of latex) en een goed sluitende overall.
Twee componenten Voor vloer- en spouwmuurisolatie wordt voornamelijk twee-componenten PUR-schuim gebruikt. Dit werk wordt gedaan door gespecialiseerde isolatiebedrijven. Bij het verwerken van de producten kan blootstelling aan isocyanaat optreden. De mate van blootstelling is sterk afhankelijk van de werktijd, de methode, de plaats van verwerken en de persoonlijke hygiëne.
Tenslotte zijn er de polyurethaan coatings, die soms ook uit twee componenten bestaan. Bij het aanbrengen met kwasten of door te gieten is de blootstelling aan vrij isocyanaat als gevolg van verdamping laag. Maar ook kleine hoeveelheden kunnen al overgevoeligheid veroorzaken. Daarom worden ademhalingsbescherming en huidbescherming geadviseerd, afhankelijk van het type product. Zie PISA-kaarten Polyurethaanhoudende producten (PDF) .
Bij spraytoepassingen is de kans op een te hoge blootstelling groter. Geschikte maatregelen hierbij zijn een verseluchtkap, een vloeistofdichte overall, handschoenen (neopreen, nitrilrubber of latex) en veiligheidsbril.
De ééncomponent polyurethaanverven vormen geen specifiek risico. Hiervoor gelden dezelfde maatregelen als voor de watergedragen of oplosmiddelgedragen verven.                                                             Bron: Arbouw