Het zijn veelal hilarische en soms ook verrassende gebeurtenissen die zich afspelen rondom het rookverbod voor de horeca. Voor volledig rationeel denkende mensen is het allemaal erg vreemd, immers het is toch voldoende bewezen dat roken heel erg ongezond is. Er zijn veel ziektes waarvoor roken erg slecht is en er is geen enkele ziekte te bedenken waar het goed voor is. Toch is er een breed verzet en de ‘weldenkenden’ snappen niets van de psyche van de rokers. Daarmee zijn de ‘weldenkenden’ ineens veel minder weldenkend dan ze zelf denken.

Een belangrijk hulpmiddel voor amateurpsychologen (zoals ik) om het gedrag van mensen te begrijpen is de driehoek van Maslow. Deze driehoek geeft de behoeften van mensen in vijf stappen weer. De basis wordt gevormd door de fysieke behoeften van de mens (eten, drinken, slapen en voor sommigen ook roken) en de hoogste stap is de behoefte aan zelfontplooiing. Elke stap moet voldoende vervuld zijn om de volgende stap te kunnen maken. De rokers en de eigenaren van kleine kroegen zitten duidelijk nog in de eerste stap. De rokers omdat ze hun rookverslaving moeten vervullen en de eigenaren vechten voor hun inkomen. De tweede stap in de driehoek (de behoefte aan gezondheid en veiligheid) blijft voor hen nog ver uit beeld.

Het voorbij gaan aan deze psychologische basisprincipes van het menselijk welzijn, levert een verbeten strijd rondom het rookverbod, die door de overheid bijna niet te winnen is. Ook moet gezegd worden, dat het rokersgilde een rationeel sterk argument heeft. Immers, het verbod is gebaseerd op de plicht om werknemers een rookvrije ruimte te geven. Maar de eigenaren van kleine kroegen hebben meestal geen personeel en moeten, hoewel ze soms als een ketter roken, toch een rookvrije werkruimte creëren. Ook voor mij, als levenslange niet-roker, is hier de ratio zoek.

Ik kan me nog een soortgelijke situatie herinneren waarbij ik betrokken was. Het betrof een project waarbij veel bomen moesten worden gerooid. Eerst moesten de toppen uit de bomen worden gezaagd. Dit zou met inachtneming van alle ARBO regels een tijdrovende en dus kostbare klus worden. De eigenaar van het bedrijf deed het daarom maar zelf door zich aan een touw door een hijskraan naar boven te laten hijsen. De ARBO regels waren immers voor werknemers en hij was werkgever.

Hoe zit het met onze veiligheidsprincipes wanneer onze eigen ‘fysieke behoeften’ in het geding komen. Enkele jaren geleden vroeg ik bij enkele bedrijven offerte aan voor een spouwmuurisolatie van mijn woning. Tussen de goedkoopste en de duurste zat bijna een factor twee. De duurste deed alles veilig met steigers, terwijl de goedkoopste alles eenvoudig en een stuk onveiliger met een ladder deed. Ik zal niet zeggen wie ik heb gekozen, maar wie zou u kiezen? Ook vinden we het allemaal vanzelfsprekend dat de overheid en werkgevers kosten noch moeite sparen om gebouwen brandveilig te maken, maar bij velen slapen de eigen kinderen in een met hout afgetimmerd kamertje op zolder.

Het moge duidelijk zijn dat het van bovenaf opleggen van veilig en gezond leven en werken zeer moeizaam is wanneer de eigen behoeften van de betrokkenen in het geding komen. De enige weg is om door middel van scholing en voorlichting betrokkenen te overtuigen en daarmee veiligheid en gezondheid onderdeel te maken van hun cultuur. Wanneer dat niet lukt, zoals blijkbaar bij de rookfanaten, jammer dan: dikke bult, eigen schuld. Gras groeit immers niet door aan de sprietjes te trekken.

Wanneer ik een stelletje rokers op de buis triomfantelijk met een sigaret in de kroeg zie staan, waarbij het plaatsen van een asbak op tafel blijkbaar als een moedige verzetsdaad wordt gezien, en wanneer ik ze dan hoor roepen dat rokers gezellig zijn, blijf ik wel denken: ach stakkers wanneer zijn jullie nu eens toe aan een stap omhoog in de driehoek van Mas­low.

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)