Teneinde een goed antwoord op de vraag te kunnen geven is de relevante wet en regelgeving opgezocht en is vakliteratuur over het onderwerp geraadpleegd. Een beoordeling van de situatie zoals die werkelijk voorkomt was niet mogelijk, de omstandigheden die tot de calamiteit hebben geleid waren niet te simuleren voor het onderzoek. Om toch een goed beeld van de praktijksituatie te krijgen hebben een aantal interviews met werknemers van verschillende afdelingen plaatsgevonden. Een overzicht van de meest voorkomende biologische agentia heeft als basis gediend voor het opstellen van een risico inventarisatie naar de gezondheidseffecten en -risico’s van de diverse agentia. Op basis van deze informatie is vastgesteld of er hinder of schade voor de gezondheid van de werknemers is te verwachten en daarmee is het onderzoek afgerond.

Het onderzoek heeft aangetoond dat er een tiental agentia zijn die hinder voor de gezondheid van de werknemers op kan leveren. De werknemers kunnen wel degelijk ziek worden door toedoen van deze agentia en sommige ziektes kunnen een dodelijke afloop hebben. De kans dat de werknemers daadwerkelijk besmet worden is echter niet groot en de ziekten zijn, als zij vroegtijdig onderkend worden, goed te behandelen. Het risico op blootstelling is daarmee wel aanwezig maar niet groot. Als gebruik gemaakt wordt van de juiste hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) dan wordt het toch al lage risico nog verder omlaag gebracht tot een acceptabel niveau. 

Het gebruik van PBM’s is de laatste stap van de arbeidshygiënische strategie. In eerste instantie moet gezocht worden naar bronaanpak, dit is technisch gezien onmogelijk waardoor maatregelen gezocht moeten worden in de organisatorische of hygiënische sfeer en het beschikbaar stellen van hulpmiddelen. Dit betekent goed beleid ten aanzien van PBM’s opstellen en het voorraadbeheer van de geselecteerde PBM’s goed regelen.

Ten aanzien van het gebruik van PBM’s moet het beleid duidelijk zijn over het trainen van werknemers in het gebruik ervan. Tevens moet het gebruik ervan op afdoende wijze gecontroleerd en gehandhaafd worden, bijvoorbeeld door te sanctioneren. Omdat PBM’s laag in de arbeidshygiënische strategie staat moet het gebruik van hulpmiddelen het contact met de viskadavers minimaliseren waardoor de kans op blootstelling nog verder afneemt.

De laatste aanbeveling heeft betrekking op de risico inventarisatie en evaluatie (RI&E). Het opnemen van de risico’s van het werken met biologische agentia en het toetsen van de RI&E door een arbeidshygiënist is een verbeterpunt. Gecombineerd met het uitvoeren van een taak risico analyse door de werknemers is het een goede manier om hen inzicht in de gevaren van het werken met biologische agentia te geven. De kosten die gemoeid zijn met het uitvoeren van de aanbevelingen over een periode van 10 jaar zijn vergelijkbaar met de kosten die gemaakt moeten worden als één werknemer een verzuimperiode van 4 weken heeft en een medische behandeling moet ondergaan.

De eindscriptie ‘Vissen in dezelfde vijver’ op MVK-niveau is geschreven door Pascal Boterman.

De scriptie is via http://www.copla.nl/veiligheidskundigen/veiligheidskundigenweb opvraagbaar.