Centralisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving is onvermijdelijk als het gaat om risicovolle bedrijven. Het kabinet moet daar vaart achter zetten.

 

Die boodschap heeft staatssecretaris Joop Atsma (CDA) van milieu op 23 maart jl. meegekregen van de Tweede Kamer. De Kamer debatteerde met de staatssecretaris over de snelle inventarisatie die hij heeft laten maken van de veiligheidssituatie bij 416 risicobedrijven. Aanleiding voor deze inventarisatie vormde de brand in januari bij het chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk.


 

Slechte score


Alle fracties die aan het debat deelnamen, toonden zich bezorgd over de uitkomsten van het snelle onderzoek. Volgens de inventarisatie scoren 71 van de 416 onderzochte bedrijven ‘slecht’ op één of meer van de vijf criteria waarop de veiligheidssituatie is beoordeeld. Van deze 71 bedrijven scoren er 25 op twee of meer van de onderzochte elementen ‘slecht’. Bij deze bedrijven is de veiligheid in ieder geval niet optimaal gewaarborgd, concludeert Atsma.
 
Gemeenten en provincies waar deze 25 bedrijven zich bevinden, zijn op de hoogte gesteld van de situatie, zei Atsma. Bij de lagere overheden die verantwoordelijk zijn voor verguningverlening, toezicht en handhaving is er op aangedrongen om in actie te komen, aldus de staatssecretaris. Hij wil de namen van de 25 bedrijven niet bekendmaken. Volgens hem zou dat onjuist zijn, omdat de snelle inventarisatie is gedaan op basis van gegevens die reeds voorhanden waren. Die kunnen deels verouderd zijn, aldus Atsma.
 


 

Uitvoeringsdiensten
 


Een meerderheid in de Kamer vindt dat veel gemeenten en provincies onvoldoende deskundigheid in huis hebben om de veiligheidssituatie te beoordelen bij bedrijven die vaak met relatief onbekende stoffen en productieprocessen werken. Bovendien komen bij lagere overheden, zeker gemeenten, al snel conflicterende belangen bij elkaar, stelt VVD-Kamerlid  René Leegte. Een gemeente kan volgens hem niet adequaat toezien op de veiligheid bij een risicobedrijf als de uiterste consequentie kan zijn dat zo’n bedrijf moet sluiten en de gemeente werkgelegenheid verloren ziet gaan.
 
Zowel de Kamer als de staatssecretaris zien bij risicobedrijven een belangrijke rol weg gelegd voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). In deze diensten, die op dit moment tot stand komen, werken meerdere gemeenten samen. De diensten worden belast met toezicht op en handhaving van milieuregels. Eén of enkele diensten moeten zich specialiseren in risicobedrijven, vinden Kamer en kabinet.



 

Oprichting RUD’s stragneert


De Kamer signaleert echter dat er weinig schot zit in de oprichting van de RUD’s, omdat provincies en gemeenten geen bevoegdheden en taken willen opgeven. Het verzoek van de staatssecretaris in die richting om dat toch te doen, vergeleek Leegte met de vraag aan de kalkoen wat er met Kerst op het menu staat. De VVD’er noemde het ‘too little, too late’ wat er tot nu toe door provincies en gemeenten  is gepresteerd ten aanzien van de uitvoeringsdiensten. Hij waarschuwde dat de scherpte die er nu is, zo kort na de calamiteit in Moerdijk, meestal snel weer wegebt.
 
Atsma zegde de Kamer toe rond 1 juni te rapporteren welke concrete acties provincies en gemeenten hebben ondernomen ten aanzien van de 25 bedrijven die ver onder de maat scoorden in de snelle inventarisatie. Dan is er ook meer bekend over de feitelijke veiligheidssituatie bij de risicobedrijven die slecht uit het onderzoek kwamen. Verder zal de staatssecretaris de Kamer voor de zomer informeren over de voortgang met de Regionale Uitvoeringsdiensten.