Het slachtoffer stond in een werkbak op de lepels van een vorkheftruck op ongeveer 2.50 meter hoogte. De werkbak is gekanteld waarbij het slachtoffer onder de werkbak terecht is gekomen en aan hoofdletsel ter plaatse is overleden.
Nu de heftruck in combinatie met de werkbak niet geschikt was als personenlift, er geen veiligheidsmaatregelen waren getroffen, voorts verdachte niet gecertificeerd was om de vorkheftruck te bedienen en verdachte niet gecontroleerd heeft of de werkbak deugdelijk geborgd was, is verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig geweest.

Verdachte is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als werkgever. Onder deze gegeven omstandigheden kan gesproken worden van aanmerkelijke schuld bij verdachte.
(Artikel 307 Wetboek van strafrecht, artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet 1998.)

Bron: Rechtspraak.nl