Er moet een ‘kritische waakhond voor de veiligheid’ komen. Dat bepleit voorzitter Pieter van Vollenhoven van de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Zo’n waakhond zou moeten controleren wat er is terechtgekomen van de adviezen en voornemens die voortvloeien uit het onderzoek dat na een ramp of incident wordt gedaan.

Door versnippering van het onderwerp veiligheid over verschillende departementen heeft het volgens Van Vollenhoven 22 jaar geduurd voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid tot stand kwam. Die raad heeft zijn nut intussen wel bewezen, maar kan er niet ook nog op toezien wat er van zijn aanbevelingen terechtkomt, aldus de hoogleraar risicomanagement.

Volgens Van Vollenhoven moet er daarom een kritische waakhond komen ”die erop toeziet dat er niet gesjoemeld wordt met de regels en dat er van de veiligheidslessen wordt geleerd en de waarschuwingen ter harte worden genomen”.

Hij wijst erop dat na grote rampen en ongelukken vaak blijkt dat de oorzaak allang bekend was, maar niet werd verholpen omdat dat erg kostbaar zou zijn geweest. Dat was onder meer het geval bij de explosie van de spaceshuttle Challenger. De veiligheid was daar ondergeschikt gemaakt aan economische belangen.

Een extra risico is volgens Van Vollenhoven dat de overheid steeds meer op afstand blijft en veiligheidsregels door een sector zelf worden gecontroleerd. Veiligheid dreigt zo ”een casinospel” te worden.