Inrichting van de werkplaats
Een goede en ordelijke inrichting van de werkplaats is een voorwaarde om veilige en gezond te kunnen werken. Van belang daarbij zijn:
• Goede orde en netheid: voldoende opslagruimte, spullen zoveel mogelijk op vaste opbergplaatsen bewaren, de werkplek goed schoonhouden, voldoende vrije werkruimte en werkblad voor de uit te voeren taken, geen voorwerpen/obstakels op loop- en rijpaden;
• Vaste machines plaatsen op een goede, ruime plek met voldoende bewegingsruimte voor het uitvoeren van de taak zonder dat anderen daar hinder van hebben (niet dichtbij een looppad of deuren);
• Zorgen voor stabiele magazijnstellingen door aan elkaar vast zetten of aan gebouwconstructie of vloer verankeren, maximaal toelaatbare last van vloer en stellingdelen aangeven en handhaven, goederen stabiel opgestapeld, aanrijdbeveiligingen plaatsen, periodiek onderhoud;
• Afschermen werkplek als nodig (b.v. tijdens laswerkzaamheden);
• Comfortabele temperatuur, voldoende verlichtingssterkte (daglicht en kunstlicht) en –kwaliteit en luchtverversing;
• Tussenvloeren voorzien van vaste trap, leuning en kantplank;
• Veilige elektravoorzieningen;
• Nooduitgangen, vluchtwegen, brandblusmiddelen en verbandmiddelen aanwezig, met signalering aangegeven en vrijgehouden van obstakels;
• Val- en knelbeveiliging bij hef- en roldeuren, periodiek onderhoud;
• Markering van gevaarlijke plaatsen, bijvoorbeeld werkplekken waar gehoorbescherming gedragen moet worden of werkplekken waar straling vrij kan komen.

Machineveiligheid
• Gebruik machines en gereedschappen die voldoen aan de eisen van het Arbobesluit  en neem eventueel aanvullende maatregelen om werknemers te beschermen (b.v. afscherming van bewegende, zeer hete, zeer koude, scherpe of spanning voerende delen);
• Gebruik machines en gereedschappen alleen waarvoor deze bedoeld zijn, volgens instructie van de fabrikant (gebruiksinstructie in begrijpelijke taal aanwezig op de werkplek), alleen door mensen die daarvoor geïnstrueerd en bevoegd zijn;
• Veiligheidsvoorzieningen niet wegnemen;
• Bij metaal- en houtbewerking werkstuk vastzetten;
• Periodiek onderhoud en inspectie uitvoeren;
• Regelmatig controleren van goede staat van machines en gereedschappen. Materieel met gebreken zo snel mogelijk (laten) repareren of vervangen;
• Afzetten werkplek bij hijs- en hefwerkzaamheden;
• Draag oogbescherming tijdens verspanend werk (slijpen, boren) en straling (lassen)

Schadelijk geluid
Diverse machines en werkzaamheden in een onderhoudswerkplaats produceren geluid. Bij geluidniveaus boven de 80 dB(A) is sprake van schadelijk geluid, wat het gehoor onomkeerbaar kan beschadigen. Daarom geldt:
• Maak zoveel mogelijk gebruik van geluidarme apparatuur;
• Isoleer geluid producerende machines of plaats deze in een andere ruimte apart van de werkplek, zodat alleen de persoon die er op dat moment mee werkt wordt blootgesteld;
• Draag gehoorbescherming bij gebruik van machines die schadelijk geluid produceren, zoals slijptollen, pneumatisch gereedschap, kettingslijpers, afkortzagen, lasapparatuur en een hoge druk spuit geeft schadelijke geluidniveaus;

Gevaarlijke stoffen
• Zorg voor veilige opslag van gevaarlijke stoffen: in geschikte opslagvoorzieningen, geen stoffen bij elkaar die met elkaar kunnen reageren, voldoende opvangcapaciteit, niet beschadigde, gesloten verpakkingen voorzien van etiketten, gasflessen in opslag of op laskar en geborgd tegen omvallen;
• Zorg voor veilig gebruik van gevaarlijke stoffen volgens de voorschriften van de fabrikant (vermeld op het veiligheidsinformatieblad en vertaald naar een werkplekinstructiekaart die op de werkplek aanwezig is);
• Voorkom verspreiding van stof en dampen door plaatselijke afzuiging en voldoende ruimteventilatie;
• Gebruik tijdens lassen een laskap met verse lucht voorziening;
• Zorg voor voldoende bescherming tijdens verwerken van hardhout  (kankerverwekkend);
• Niet gebruikte stoffen zoveel mogelijk in opslag en beperkte voorraad op de werkplek;
• Draag oogbescherming bij gebruik van gevaarlijke stoffen;
• Een nood- en oogdouche moeten aanwezig zijn en regelmatig gecontroleerd worden op goede werking.

Brand-/explosiegevaar
• Zorg voor opslag van brandbare stoffen in een geventileerde, brandwerende kast;
• Voorkom de aanwezigheid van ontstekingsbronnen op een werkplek waar met brandbare stoffen wordt gewerkt (let op: lasvonken en vonken die vrijkomen bij het bewerken van metalen voorwerpen zijn ook ontstekingsbronnen!);
• Zorg voor aanwezigheid van blusmiddelen.

Lichamelijke belasting
• Voorkom lichamelijke belasting door gebruik van hulpmiddelen, door roulatie tussen collega’s en afwisseling van lichamelijk belastende werkzaamheden met niet belastende werkzaamheden.
• Gebruik zoveel mogelijk trillingsarm gereedschap. Als dit niet kan, beperk dan de tijdsduur van gebruik van trillend gereedschap.

Straling
Er komt straling vrij bij vlam en elektrisch lassen (UV-straling), autogeen en laser snijden (UV- en IR straling). De lasser moet een laskap dragen om zich hiertegen te beschermen. Om omstanders te beschermen moet de las/snij werkplek worden afgeschermd, bijvoorbeeld met lasgordijnen.

 

Bronnen
Arbowet art. 3, 5; Arbobesluit hoofdstuk 3-7
AI-blad 14 Bedrijfsruimten
AI-blad 11 Machineveiligheid: afschermingen
AI-blad 58 Machineveiligheid bij aanschaf en in gebruikname
AI-blad 31 Gevaarlijke stoffen
AI-blad 04 Lawaai op de arbeidsplaats
AI-blad 29 Fysieke belasting
AI-blad 36 Trillingen
https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/houtstof
https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/lasrook

Arbo Support  adviseert u graag over een veilige en gezonde inrichting van uw onderhoudswerkplaats!

Bekijk & download productblad