“Waar denk je als eerste aan bij het noemen van het woord ‘cultuur’?” Deze vraag van de onlangs gepromoveerde dr. Frank Guldenmund, verbonden aan de sectie Veiligheidskunde van de TU Delft, gesteld tijdens een intervisiebijeenkomst van de medewerkers van Arbo Support in Hotel New York te Rotterdam baande de weg voor een minstens zo prikkelend gegeven dat de wetenschap daar geen eenduidig antwoord op heeft. Sterker nog: cultuur bestaat (eigenlijk) niet! Zijn er dan ook vraagtekens te plaatsen achter veiligheidscultuur?

“Cultuur is een sociaal wetenschappelijk construct. Gemeenschappelijke kenmerken (symbolen, rituelen, uitingen, etc.), die wij menen te onderscheiden, blijken niet genetisch bepaald te zijn, maar aangeleerd. Groepen mensen delen ‘iets dat zij hebben aangeleerd’ met elkaar, wat dat ‘iets’ tegelijkertijd functioneel maakt. Tegen die context definieert cultuurgoeroe Hofstede ‘cultuur’ als een collectieve mentale programmering, die de leden van de ene groep of categorie mensen onderscheidt van een andere. Hij noemt het ook wel de ‘software of the mind’,” aldus Guldenmund.

Ondanks dat het is aangeleerd, zijn wij ons ook weinig bewust van cultuur. Cultuur zorgt eveneens voor stabiliteit; het bindt mensen. De keerzijde is evenwel dat ‘cultuur’ zich niet gemakkelijk laat veranderen. En als dat al gebeurt, vergt dat proces vele jaren, zoniet millenia, aldus Hofstede.

Beeldvorming
Om een beeld van een cultuur te krijgen, zul je eerst de organisatie moeten leren kennen. Of anders gezegd: Welke thema’s of dimensies spelen daarin een rol? Het beste is nog altijd om blanco een organisatie binnen te stappen. Daarbij is een eerste indruk vaak veel- maar niet alleszeggend. Organisatie­-psycholoog Edgar Schein typeert de belangrijkste dimensie als ‘de aard van de werkelijkheid’. Ook de wijze waarop binnen een organisatie met het begrip ‘tijd’ wordt omgesprongen, zegt veel. Is iedereen altijd op tijd, of juist niet? Weer een ander thema is bijvoorbeeld de aard van de ruimte. Staan alle deuren voor iedereen open, of zijn deze juist gesloten? Andere indicatoren zijn de wijze waarop mensen over elkaar spreken maar vooral ook denken, de duidelijkheid waarmee over het doel van het menselijk handelen wordt gesproken (de menselijke activiteit) en of de medewerkers ook buiten het werk om relaties met elkaar onderhouden?

Maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Een meer analytische benadering is bijvoorbeeld het werken met vragenlijsten, terwijl een meer academische benadering bij voorkeur gebruik maakt van veldonderzoek.

Gelaagd concept
Voor het op gang brengen van veranderingsprocessen is het doorgronden van de cultuur van wezenlijk belang. Guldenmund: “Zoals bij mijn openingsvraag al bleek, heeft ‘cultuur’ vele gezichten. In navolging van Schein vergelijk ik voor de beeldvorming cultuur vaak met een ui. Achter iedere rok gaan weer nieuwe aspecten schuil. De buitenste rok, door Schein aangeduid als artefacten, herbergt zaken die snel opvallen. In de wereld van veiligheidskundigen zijn dat bijvoorbeeld zaken als gedrag, inspecties, incidentmeldingen, posters, etc. Dringen we iets dieper tot de kern door, zeg maar het ‘waarom’ van de verschillende aspecten, dan stuiten we op uitspraken, verklaringen, risico-percepties of zelfs ambities. Schein noemt dat de beleden waarden. Nog dieper bevinden zich de basisassumpties. In deze laag staan overtuigingen, waarden of aannamen centraal.”

Veiligheidscultuur
“Al gravende in de historie zie je dat bij onderzoeken naar grote rampen in de geschiedenis Tsjernobyl (1986), Piper Alpha (1988) en Texas City (2005) dit fenomeen voor het eerst wordt genoemd. Hoewel deze rampen in de tijd gezien nog vrij recent lijken, is in de ‘Kerstboom van de veiligheidskunde’ dit fenomeen inmiddels gepasseerd door nieuwere fenomenen als ‘veerkracht’ en ‘volledig geïntegreerd systeemdenken’. Dat neemt niet weg dat ‘veiligheidscultuur’ naast systeemergonomie, veiligheidsbeheerssystemen, interface ergonomie en technische oplossingen, waaronder automatisering, nog steeds van belang kan zijn,” meent Guldenmund.

In zijn dissertatie ‘Understanding and exploring safety culture’ schetst hij zes modellen van waaruit het fenomeen veiligheidscultuur is te begrijpen en verder te ontwikkelen.

In het eerste model, door Guldenmund ‘het net’ genoemd, brengt hij allerlei abstracte constructies en hun equivalent in de buitenwereld onder, die veiligheid tastbaar moeten maken. Kwantitatieve en kwalitatieve data geven daarin de aanzet voor het doorontwikkelen van de veiligheidscultuur. Daarmee wordt als het ware een netwerk onder de veiligheidscultuur gelegd.

In het tweede model ‘Veiligheidscultuur als luchtkasteel’ is, in het ideale geval, iedereen voortdurend bezig met veiligheid. Het is een knipoog naar de opvatting van James Reason. Het gaat hier om een lange weg waarbij de garantie dat de top ooit zal worden bereikt, ontbreekt.

Als derde model noemt Guldenmund het ‘stekelvarken’. Een attenderend concept waarbij alle relevante informatie als het ware wordt gelabeld door de onderzoeker, zonder dat daarbij de informatie te snel wordt ‘bevroren’.

‘De spiegel’ wordt als vierde model ten tonele gevoerd. Zelfreflectie, open staan voor kritiek en leren van je fouten staan hierin centraal. Het is de bedoeling langzaam maar zeker de cultuurladder omhoog te gaan.

Het vijfde model is gebaseerd op een ‘instrumentale benadering’. Het gaat uit van beproefd instrumentarium, Veiligheidscultuur is in deze visie een ding dat je naar je hand kunt zetten..

Als laatste model voert Guldenmund die van de ‘ultieme expressie’ ten tonele. Is dat de Mona Lisa van Da Vinci of bijvoorbeeld één van de werken van Mondriaan? En wat maakt die kunstuiting ultiem? Anders gezegd: wie het weet, mag het zeggen.

Persoonlijke visie
Welk model komt het meeste tegemoet aan Guldenmunds persoonlijke visie? Een vraag die temidden van dit gezelschap vanzelfsprekend op het puntje van ieders tong lag. Guldenmund: “Het tweede model ‘Veiligheidscultuur als luchtkasteel’ heeft in mijn optiek de grootste overlevingskans. Vooropgesteld dat het pad het doel is en niet het kasteel op zich.”