Het concept van veiligheidscultuur is inmiddels ook doorgedrongen tot verschillende inspectiediensten van de overheid. De aandacht voor cultuur in veiligheidsland is niet zo verwonderlijk, schreef ik elders al eens. Veiligheidscultuur is een concept dat zich uitstekend leent voor de meer ongrijpbare kanten van menselijk gedrag. En in veiligheidsland zijn daar voldoende voorbeelden van.

De term veiligheidscultuur kwam na de ramp in Tsjernobyl in zwang. De commissie die de ramp daar heeft onderzocht, de INSAG, kwam met de term op de proppen, om de bestuurlijke en organisatorische wanorde daar te duiden. Werd de term aanvankelijk nog in de context van grote rampen gebruikt, tegenwoordig duikt de term ook op in relatie tot arbeidsveiligheid.

IAEA
Het is dus niet verwonderlijk dat het IAEA (International Atomic Energy Agency) in Wenen met regelmaat publicaties uitbrengt op het gebied van veiligheidscultuur. Deze publicaties hebben natuurlijk betrekking op nucleaire installaties, maar zijn ook voor andere industrieën interessant. Daarenboven zijn de meeste gratis van de site (www.iaea.org) te downloaden. Maar goed, de IAEA. Deze organisatie is sinds jaar en dag bezig het concept veiligheidscultuur voor de nucleaire industrie hanteerbaar te maken. Gelet op de aard van de industrie gebeurt dit op een sterk normatieve manier en veel van hun publicaties lezen als teksten uit een wetboek. Daarnaast biedt de IAEA aan lidstaten veiligheidscultuuraudits aan onder de naam SCART. SCART staat voor Safety Culture Assessment Research Team en dat is ook wat op bezoek komt; een team bestaande uit verschillende internationale experts die twee weken lang door de installatie banjeren. Dergelijke SCART’s hebben reeds plaatsgevonden in Zuid-Afrika, Spanje, Mexico en ook Nederland (Petten). Dergelijke SCART’s kunnen bij de IAEA aangevraagd worden.

Inspectie van veiligheidscultuur
Op dit moment is de IAEA bezig veiligheidscultuur in de programma’s van locale inspectiediensten te integreren. Dergelijke projecten lopen momenteel in Roemenië en Bulgarije. De IAEA stelt materiaal en expertise ter beschikking en de inspectiedienst werkt dit voor hun eigen programma uit. De gedachte hierachter is natuurlijk dat als er in een installatie een organisatiecultuur is, waarin bepaald onveilig gedrag ‘normaal’ wordt gevonden, misschien zelfs wordt gestimuleerd, men kan wachten op een ongeval.

DE IAEA heeft het concept veiligheidscultuur op een eigen manier handen en voeten gegeven. Zij werkt met een vijftal karakteristieken, die elk in een aantal min-of-meer zichtbare kenmerken verder zijn uitgewerkt. Deze vijf karakteristieken zijn:

  • veiligheid is een duidelijk onderkende waarde in de organisatie;
  • leiderschap voor veiligheid is duidelijk;
  • de aansprakelijkheid voor veiligheid is helder;
  • veiligheid is in alle werkprocessen geïntegreerd;
  • veiligheid wordt gekenmerkt door voortdurend leren.

Is er iemand die in de eerste drie karakteristieken een Amerikaanse toon herkent, dan kan dat goed kloppen, want de karakteristieken komen uit de koker van een Amerikaan.

Om normatieve uitspraken te kunnen doen over een veiligheidscultuur moeten er duidelijke normen beschikbaar zijn, en deze zijn enigszins uitgewerkt in de verschillende kenmerken van de karakteristieken. Bijvoorbeeld, als veiligheid een duidelijk onderkende waarde is in een organisatie, moet dat in alle besluitvorming maar ook in de dagelijkse praktijk op de werkvloer zichtbaar en voelbaar zijn.

De Bulgaarse en Roemeense inspectiediensten leggen momenteel de verschillende karakteristieken en kenmerken naast hun inspectieprogramma’s en bezien in hoeverre het één iets zegt over het ander; waarover verzamelen zij tijdens hun inspecties informatie en wat zegt dit dan over de veiligheidscultuur in de installatie? Of, hoe kunnen zij de incidentmeldingen van de installaties gebruiken om iets over een onderliggende cultuur te weten te komen?

Nederland
In Nederland hebben verschillende inspectiediensten het concept van veiligheidscultuur inmiddels ook opgenomen in hun pakket, bijv. de Arbeidsinspectie en de IVW. Ook voor hen geldt: voorkomen is beter dan genezen en de organisatiecultuur wordt als aanknopingspunt genomen voor proactief advies.

Het normatieve model dat beide diensten hebben omarmd is ‘Hearts & Minds’ (H&M), het cultuurpakket dat indertijd ontwikkeld is bij Shell maar nu is ondergebracht bij het Energy Institute in Groot Brittannië. H&M is razend populair in veiligheidscultuurland, zowel bij bedrijven als bij adviseurs. Een organisatie kan aan de hand van een vragenlijst op een cultuurladder worden geplaatst die vijf treden kent, van ontkennend (pathologisch) naar vooruitstrevend.

Een cultuurladder is natuurlijk een aansprekend concept als groei of verbetering sleutelwoorden zijn. De ladder staat echter niet stevig op wetenschappelijke grond, het model is uitsluitend gebaseerd op expertmeningen. De cultuurladder is ook niet verklarend en geeft geen inzicht in het waarom van een cultuur. Werken volgens een cultuurladder neemt daarom geen oorzaken weg. Bovendien, is het bereiken van een bepaalde trede geen garantie voor de toekomst: bedrijven bewegen zich regelmatig tussen de twee uitersten in en kunnen zich, wat sommige aspecten aangaat, op twee of meerdere treden tegelijkertijd bevinden.

In hoeverre dergelijke kanttekeningen voor inspectiediensten een bezwaar dienen te vormen is de vraag: het is een additionele service die zij momenteel aanbieden bovenop hun toezichtstaak. Het is aan de bedrijven het advies ter harte te nemen. Een ladder die tot de hemel reikt vormt daarbij een prikkelend concept.

Frank Guldenmund,
Sectie Veiligheidskunde, TU Delft.