Arbeidsmiddelen zijn aan slijtage onderhevig. Vroeg of laat kan dit tot gevaarlijke situaties leiden. Het Arbeidsomstandighedenbesluit, in de praktijk veelal afgekort tot Arbo-besluit, verplicht de werkgever dan ook om die arbeidsmiddelen regelmatig te laten keuren.

Hoe een en ander wettelijk is geregeld en op welke wijze werkgevers inhoud aan deze verplichting kunnen geven, legt Cor Slagter, adviseur veiligheidskunde, in deze bijdrage uit.

“Wat nu precies onder een arbeidsmiddel moet worden verstaan, is in de Arbo-wet niet terug te vinden. Daarvoor moet het Arbo-besluit erop nageslagen worden. Daarin valt onder andere te lezen dat dit in feite alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, transportmiddelen en gereedschappen zijn. Deze middelen kunnen zelfs door normaal gebruik aan slijtage onderhevig zijn, die vroeg of laat tot gevaarlijke situaties aanleiding kunnen geven. Om dat risico, voor zover mogelijk, uit te bannen zijn werkgevers op grond van artikel 7.4a lid 3 van dit besluit gehouden die arbeidsmiddelen te keuren. Het vierde lid van dit artikel legt er nog een schepje bovenop. Bij uitzonderlijke gebeurtenissen, waaronder natuurverschijnselen, maar ook bij modificaties van het arbeidsmiddel, langdurige buitengebruikstelling of ongevallen, is een dergelijke keuring verplicht,” legt Slagter uit.

Het Arbo-besluit laat zich dus niet uit over de vraag ‘hoe vaak’ zo’n keuring moet plaatsvinden. Het antwoord op die vraag is terug te vinden in de diverse normen. “In de VCA is bijvoorbeeld vastgelegd dat arbeidsmiddelen minimaal eens per jaar moeten worden gekeurd. En voor elektrische apparatuur is zelfs een speciale formule ontwikkeld om de keuringsfrequentie vast te stellen. Deze is terug te vinden in bijlage T van de NEN 3140. Daar de NEN 3140 in de Arbo-wet wordt genoemd, heeft deze norm een wettelijke status. Maar naast de Arbo-wet is er nog meer regelgeving van invloed. Denk bijvoorbeeld aan de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen, de Warenwet en de daaraan opgehangen besluiten en normen,” vervolgt hij.

Commercie
Op de markt zijn diverse bedrijven actief, die de indruk wekken dat deze keuringen of inspecties zo u wilt, uitsluitend door gecertificeerde bedrijven mogen worden uitgevoerd. Slagter: “Een wettelijke basis voor deze bewering ontbreekt evenwel. Het Arbo-besluit is daar duidelijk over. Wel moet volgens dit besluit de keuring door een deskundige, natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling worden uitgevoerd.”

Het woord ‘deskundig’ vraagt natuurlijk uitleg. “Ook daarover laat het besluit zich uit. Enerzijds moet de natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling over voldoende kennis beschikken, anderzijds moeten zij over de nodige middelen beschikken om een keuring/inspectie uit te voeren. Wat onder voldoende kennis moet worden verstaan, geeft het besluit niet concreet aan. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat een gerichte (vak)opleiding in deze volstaat. Is dat het geval en de werknemer beschikt bovendien over een schriftelijke aanstelling van zijn werkgever voor het verrichten van deze werkzaamheden en over de hiervoor benodigde middelen, dan is dat toereikend! Keuringen en inspecties zijn dus zonder meer door ‘eigen’ medewerkers uit te voeren. De praktijk wijst uit dat vele werkgevers hiervan niet op de hoogte zijn,” stelt Slagter.

Inspectie
Naast eisen aan de inspecteur gelden er eveneens eisen voor de inspectie zelf. Zo wordt in lid 6 van artikel 7.4a van het Arbo-besluit gesteld dat op de arbeidsplaats schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen aanwezig moeten zijn en desgevraagd aan de toezichthouder getoond kunnen worden. Een keuringssticker op het betreffende arbeidsmiddel is in wezen voldoende om op de werkplek aan deze verplichting te voldoen. De onderliggende documentatie mag zich op een centrale plaats bevinden. In de praktijk komt het evenwel voor dat opdrachtgevers soms eisen dat kopieën hiervan eveneens op de werkplek zijn in te zien.

In die documentatie is op zijn minst vastgelegd welk arbeidsmiddel het betreft, wanneer de keuring heeft plaatsgevonden en door wie, wat de reguliere interval is en welke controlepunten zijn doorlopen. Net als bij de APK van een auto kan hiervoor een eenvoudige checklist dienen, waarbij per gezichtspunt is aan te geven of dit aspect al dan niet OK is.

Arbo-catalogi
Uiterlijk in 2010 komen de Arbo-beleidsregels te vervallen. Afspraken tussen werkgevers en werknemers, vastgelegd in zogenaamde Arbo-catalogi, komen hiervoor in de plaats. Staat daarmee de bodem onder de keuringsplicht van arbeidsmiddelen ter discussie? Slagter: ‘Geenszins! Werkgevers en werknemers kunnen het nodige onderling overeenkomen, maar iedere Arbo-catalogus moet uiteindelijk ook de goedkeuring van de Arbeidsinspectie weg kunnen dragen. Het lijkt niet realistisch te veronderstellen dat de Arbeidsinspectie deze catalogi niet spiegelt aan de huidige regelgeving.”

Samengevat
Er is een wettelijke verplichting om arbeidsmiddelen te keuren c.q. te inspecteren. Die verplichting is er op grond van de VCA-norm zelfs voor nieuw aangeschafte middelen. Op het arbeidsmiddel moet te zien zijn voor wanneer de volgende keuring/inspectie plaats moet vinden. Deze keuringen mogen gedaan worden door een eigen werknemer, mits deze voldoende kennis en middelen tot zijn beschikking heeft.

Voor kleinere bedrijven kan deze wetenschap een kostenbesparing opleveren, zeker als deze keuringen/inspecties in de relatief rustige periode plaatsvinden, bijvoorbeeld rondom de Kerstperiode. Het is wellicht een overweging waard om een medewerker op te leiden voor het inspecteren/keuren van bijvoorbeeld klimmaterieel, valbeveiligingsmiddelen, hijsgereedschap of elektrische apparatuur.

Daarnaast zijn er ook arbeidsmiddelen, bijvoorbeeld drukapparatuur, die van tijd tot tijd verplicht moeten worden beproefd. Daarvoor gelden andere regels. Onder andere dat deze wel door specialisten uitgevoerd moeten worden.