Waar brandbare stoffen worden gebruikt bestaat het gevaar voor een brand en explosie. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Er moet dus alles aan gedaan worden om dit te voorkomen. In de vorige toolbox gingen we in op de eigenschappen van brandbare stoffen en indelen van het werkgebied in gevarenzones in het kader van explosiegevaar. Deze toolbox gaat over het voorkomen en beperken van ontstekingsbronnen in deze zones.

Brand en explosie
Voor het ontstaan van een brand en explosie zijn verschillende elementen nodig: een brandbare stof, ontstekingsbron, zuurstof, de juiste mengverhouding van de brandbare stof met zuurstof uit de lucht en eventueel een katalysator.

Typen ontstekingsbronnen
In gebieden waar brandbare stoffen kunnen vrijkomen en die dus als explosiegevaarlijke zones zijn ingedeeld gelden strenge regels. Zo moet worden voorkomen dat er ontstekingsbronnen aanwezig zijn in die zones. Hieronder worden de verschillende soorten ontstekingsbronnen genoemd:
• Hete oppervlakken, b.v. ongeïsoleerde stoomleidingen en wanden van ovens.
• Vlammen en hete gassen.
• Mechanisch veroorzaakte vonken, bijvoorbeeld door slijpwerkzaamheden, laswerkzaamheden, of staal op staal contact van een roerwerk in een stalen reactorvat.
• Elektrische vonken, bijvoorbeeld bij schakeling van automaten of sensoren in elektrische installaties of losse verbindingen zoals bijvoorbeeld een slecht aangesloten kabel.
• Zwerfstromen: deze komen voor bij geëlektrificeerde spoor- en tramlijnen, waarbij een deel van de retour stroom niet door de spoorstaven terug gaat, maar wegvloeit richting aarde.
• Statische elektriciteit, b.v. veroorzaakt door stroming van vloeistoffen en gassen in leidingwerk;
• Blikseminslag: de energie van blikseminslag is altijd voldoende om een brandbaar gas/damp-lucht mengsel te ontsteken.
• Elektromagnetische velden, van bijvoorbeeld een mobilofoon, radarinstallaties.
• Optische straling (zichtbaar licht, UV-straling en Infrarood straling), zoals zonlicht, UV-lampen.
• Ioniserende straling, zoals bijvoorbeeld röntgenstraling en straling van radioactieve bronnen.
• Ultrasoon geluid: de trillingen zorgen voor wrijving en daardoor opwarming.
• Adiabatische compressie: wanneer in een gesloten vat gas wordt gecomprimeerd loopt de druk hoog op. Hierbij komt veel energie vrij. Adiabatisch wil zeggen dat de warmte niet wordt afgestaan aan de omgeving. Hierdoor loopt de temperatuur van het aanwezige gas zeer hoog op.
• Schokgolven: door lokale drukverhoging van een object wat zich in het pad van een schokgolf bevindt, komt energie vrij die wordt omgezet in warmte.
• Stromende gassen: gassen die met hoge snelheid door een leiding stromen bouwen weerstand op door de stroming, waardoor het gas en de leiding opwarmen.
• Exotherme chemische reacties: een chemische reactie waarbij warmte vrijkomt die tot opwarming leidt.

Inventarisatie aanwezige ontstekingsbronnen
Een bedrijf dat brandbare stoffen gebruikt moet zoals eerder genoemd de plekken waar brandbare stoffen vrijkomen in kaart brengen en indelen in zones. In deze explosiegevaarlijke zones moet vervolgens worden nagegaan welke van bovengenoemde ontstekingsbronnen aanwezig zijn en of voldoende technische maatregelen aanwezig zijn om ontsteking te voorkomen.

Maatregelen om ontsteking te voorkómen
Er moeten in de explosiegevaarlijke zones maatregelen worden genomen om de aanwezigheid van ontstekingsbronnen te voorkomen. Als niet vermeden kan worden dat ontstekingsbronnen aanwezig zijn moet worden gezorgd dat deze niet ontstoken kunnen worden. Voorbeelden van maatregelen zijn:
• Isoleren van hete leidingen en installatieonderdelen;
• Verbod op open vuur en roken;
• Heet werk, zoals lassen en slijpen, uitvoeren onder een heet werkvergunning op basis van een taakrisicoanalyse (TRA);
• Gebruik van speciaal gereedschap bij stoffen met een zeer lage minimum ontstekingsenergie, b.v. bronzen gereedschap bij een zone met explosiegevaar door waterstofgas;
• Gebruik van explosieveilig elektrisch materieel geschikt voor de betreffende zone;
• Aardingsvoorzieningen bij installatieonderdelen toepassen bij bijvoorbeeld laden en lossen van brandbare stoffen om statische oplading te voorkomen;
• Geleidende vloeren in combinatie met antistatisch schoeisel om statische oplading van personen te voorkomen. Kleding niet uittrekken binnen de zone. In zone 0/20 antistatische bovenkleding dragen;
• Bliksembeveiliging plaatsen;
• Om statische oplading van personen te voorkomen moet antistatisch schoeisel worden gedragen en moet de vloer geleidend zijn. Kleding mag niet worden uitgetrokken binnen de gevarenzone.

Bronnen:
Arbowet art. 3, 5; Arbobesluit art. 3.5
ATEX 153 (Verordening 1992/92/EG) en ATEX 144 (Verordening 2014/34/EU).
AI-blad 34 Veilig werken in een explosieve atmosfeer

Arbo Support kan een explosieveiligheidsdocument voor u opstellen. Ook kunt u bij Arbo Support een training volgen over ATEX/explosieveiligheid!

Bekijk & download productblad