We zitten in een zeer rumoerige tijd. Het jaar was nog maar net begonnen of we werden opgeschrikt door een grote brand bij Chemie Pack op het industrieterrein Moerdijk. Daarna begonnen volledig onverwachte politieke omwentelingen in de Arabische wereld. Aanvankelijk door vreedzame revoluties, maar inmiddels gaat het er veel minder vreedzaam aan toe. Of dit allemaal nog niet voldoende commotie gaf, werd Japan op 11 maart getroffen door een kolossale aardbeving gevolgd door een alles vernietigende tsunami met als gevolg een zich voortslepende ontsporing van een groepje kerncentrales.
Het eind nog niet in zicht. Vooral bij de ramp in Japan komt de vergelijking met het Bijbelse verhaal over de tien plagen in Egypte naar boven. Voor een beetje evangelist is het momenteel een koud kunstje om geloofsfanaten er van te overtuigen dat het einde van de wereld nabij is. Tussen alle ellende door zag ik dan ook op tv een reportage over een groepje dat zich ergens in het oosten van ons land heeft verzameld, omdat ze daar nog net veilig zitten voor een enorme tsunami die binnenkort Nederland gaat treffen. Het is maar dat je het weet, je bent gewaarschuwd.
Opvallend is dat de aandacht van ons allen en de media sterk geconcentreerd is op de gebeurtenis zelf en niet op een latere evaluatie van de gevolgen. Zo krijg je momenteel nauwelijks informatie over hoe het verder gaat in Egypte en Tunesië, terwijl het nog maar de vraag is of de bewoners later nog zo blij zijn met het resultaat van hun revolutie. Tijdens het gebeuren vallen de media over elkaar heen, waarbij vooral overheidsinformatie als verdacht wordt gezien. Je hoort nauwelijks iets over de evaluatie van de gevolgen van de brand bij Moerdijk. Deze gevolgen blijken reuze mee te vallen, zoals eigenlijk steeds door de overheid is gecommuniceerd. Misschien kan dat ook enige aandacht krijgen, want nu gaan bij velen de haren overeind staan bij het horen van de kreet ‘er is geen gevaar voor de volksgezondheid’, terwijl dit achteraf bij Moerdijk toch niet zo ver naast de waarheid is geweest.

Blijkbaar is een gebeurtenis erg spannend als onzeker is wat er precies gebeurt, waardoor ruimte ontstaat voor euforische of dramatische bespiegelingen van de toekomstige gevolgen. Dit wordt versterkt door op ‘scoren’ gerichte media samen met door hen ingeschakelde ‘deskundigen’, die er door gebrek aan goede informatie lustig op los filosoferen. Jammer dat er zo weinig aandacht is voor een nuchtere evaluatie achteraf, want daar kunnen we van leren. Zo was het na de vuurwerkramp in Enschede al duidelijk dat lokale overheden te weinig kennis (kunnen) hebben van alle industriële activiteiten in hun gebied. Waarom worden we hier 10 jaar later bij de brand in Moerdijk weer mee geconfronteerd. Waarom is dit industrieterrein bijvoorbeeld niet simpel toegevoegd aan het om de hoek liggende verzorgingsgebied van de wel deskundige Milieudienst Rijnmond.

Trekken we bovenstaande door naar de ramp in Japan dan moet ik constateren dat velen hun (voor)oordeel ten aanzien van kernenergie al klaar hebben op basis van de onzekerheid van het moment. Een onzekerheid die door de informatie van de Japanse autoriteiten sterk wordt gevoed, want daar kan ook ik, met mijn stralingshygiënische opleiding, vaak geen touw aan vast knopen. Toch ben ik van mening dat we er verstandig aan zouden doen om ons (eind)oordeel te baseren op later vast te stellen nuchtere feiten (Wat zijn uiteindelijk de werkelijke gevolgen?) en niet op de ‘kick’ van de spanning tijdens het gebeuren. Hopelijk trekken ook locale, nationale en internationale overheden lessen uit de evidente communicatiekloof met de burgers, zodat in de toekomst de zin ‘er is geen gevaar voor de volkgezondheid’ vertrouwen en geen afkeer oproept.

De column van Jan Kops (lector Industriële Veiligheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)