Schoonmakers in de vleessector staan bloot aan twee ernstige risico’s: ongevallen door onveilige machines en infectieziekten. Werknemers kunnen zich bijvoorbeeld verwonden aan de messen in machines. Ook komt het voor dat apparatuur niet goed is uitgeschakeld; dan bestaat gevaar voor beknelling en elektrocutie.

Inspecteurs constateerden 488 overtredingen. Daarbij was in tien gevallen de situatie zo gevaarlijk dat het werk werd stilgelegd: er mocht niet meer worden schoongemaakt vóór de risico’s waren verholpen. 

Het tweede risico waaraan schoonmakers blootstaan, zijn infectieziekten door bijvoorbeeld virussen, parasieten en bacteriën. Deze komen uit het bloed en organen van vee. Bedrijven doen er alles aan om die bacteriën niet in het vlees te laten komen met het oog op de voedselveiligheid. Maar bij de schoonmaak is er geen vlees in de machines en doen werkgevers te weinig om de schoonmakers te beschermen.

Dat blijkt ook bij de regels voor personeel dat met  vlees werkt. Werknemers lunchen in bedrijfskleding zonder zich te ontsmetten. Daarmee kunnen ze zichzelf en anderen infecteren. Na de lunch gaan ze door een ontsmettingssluis, zodat ze aan de slag kunnen zonder het vlees te besmetten. 

Over het risico op besmetting door bacteriën en virussen bleek dus weinig besef bij bedrijven, constateert de Inspectie SZW. Op een enkel bedrijf na had geen enkele werkgever aandacht voor de gevaren van schadelijke organismen voor schoonmakers.

De Inspectie heeft de bedrijven opgedragen om de risico’s van schadelijke organismen voor schoonmakers in kaart te brengen en maatregelen te nemen. In 2015 gaat de Inspectie opnieuw controleren. Bij overtredingen volgen meteen boetes en blijven waarschuwingen achterwege.