Een team van Belgische wetenschappers concludeert in het wetenschappelijk tijdschrift Risk Analysis dat arbeiders in de chemische industrie de chemische risico’s tijdens het werk hoog inschatten, maar dat ze er zich hoe dan ook bij neerleggen.

 

Verder bracht het onderzoek niet alleen een zeker wantrouwen ten aanzien van het management en de preventieadviseurs aan het licht, maar ook problemen met schriftelijke veiligheidsrichtlijnen en de behoefte om meer ervaren werknemers te betrekken bij de ontwikkeling van opleidingsprogramma’s inzake veiligheid. 



 

Beeldvorming

In plaats van zich te baseren op de zeer technische factsheets over chemische risico’s, laten veel arbeiders zich tijdens hun werk leiden door anekdotische ervaringen van collega’s, ook bij de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals maskers en handschoenen.

Uit de analyse bleek dat schriftelijke documentatie over de chemische eigenschappen van gebruikte stoffen, die vaak geldt als officieel richtlijn voor industriële hygiëne in bedrijven, zelden goed wordt begrepen of geraadpleegd door de arbeiders. 

De onderzoekers stelden vast dat men bij de voorbereiding van preventieprogramma’s zelden rekening houdt met de manier waarop de arbeiders risico’s waarnemen. Veelal vinden zij dat het te lang duurt voor er een oplossing komt voor gemelde veiligheids- en gezondheidskwesties in het bedrijf. 

De arbeiders vinden ook dat bedrijfsartsen hen vaak niet serieus nemen wanneer ze klagen over buikpijn, huidproblemen en andere aandoeningen, of wanneer er een probleem is met de apparatuur die ze gebruiken. 

Discussie is gaande om naar aanleiding van dit onderzoek de opleidingsprogramma’s voor preventieadviseurs te herzien.