Pas aan het eind van de conferentie stelde de dagvoorzitter de vraag die ik al twee dagen wilde horen. ‘Kunt u aangeven welke Europese lidstaten hun onderhoud het veiligst uitvoeren? En in welke landen nog ruimte is voor verbetering?’

De spreker nam er de tijd voor. Overal in Europa zie je dat kleine bedrijven achterblijven, betoogde hij, en dat is wel te verklaren. Als onderhoudsmedewerkers één keer een fout maken, zal er waarschijnlijk niets verkeerd gaan. Pas bij meerdere missers, lopen de zaken spaak. Grote bedrijven weten dat, maar in kleinere zal die ervaring ontbreken.

De dagvoorzitter knikte berustend. ‘Bedankt voor deze interessante uitweiding. U hebt mijn vraag op diplomatieke wijze omzeild.’

Daarmee werd dit de meest omzeilde vraag van de hele tweedaagse slotceremonie in Bilbao. De afgelopen twee jaar had de Occupational Safety and Health Administration (OSHA) een internationale campagne gevoerd voor veilig onderhoud, en daarbij had ze naar eigen zeggen veel gegevens verzameld. Maar of ze die gegevens ook kon gebruiken voor een internationale vergelijking…?

Geen rapportcijfers
Christa Sedlatschek, de nieuwe voorzitter van de OSHA, wilde er tijdens een bijeenkomst met de pers niet op ingaan. ‘Wij vormen alleen een netwerk, wij analyseren. Maar we gaan lidstaten geen rapportcijfers geven. Dat kunnen we ook niet, want de verschillen zijn te groot: ieder land heeft zijn eigen systemen, zijn eigen cultuur.’

Systemen? Cultuur? Dat klinkt toch enigszins vaag. En bovendien: waarom zou je die verschillende systemen en culturen niet kunnen vergelijken? Ligt de informatie misschien te gevoelig?

 

Noord-zuid
Pas ’s avonds tijdens de netwerkborrel, trof ik enkele OSHA-medewerkers die hierop in wilden gaan. ‘Iedereen weet dat het noorden beter presteert dan het zuiden’, zeiden ze. ‘En Finland doet het het allerbest. Maar helemaal hard kunnen we dit niet maken, want onze gegevens zijn niet helemaal betrouwbaar. Zo zie je bijvoorbeeld dat Finland veel meer ongelukken rapporteert dan enkele Zuid-Europese landen. Dat kán gewoon niet kloppen. Dat móét te wijten zijn aan onderregistratie.’

Definitie
Tim Tregenza, netwerkmanager van de OSHA, zit op dezelfde lijn. ‘Wat denk jij dat beter werkt voor een campagne? Een abstracte mededeling dat 10-20% van de ongevallen is te wijten aan onderhoud? Of een vette kop als: 10.000 doden per jaar? Natuurlijk willen wij harde cijfers geven, maar het probleem is dat we dat niet kunnen. Niet over het absolute aantal onderhoudsongevallen, en zeker niet over de verschillen tussen landen.’

Het probleem zit volgens Tregenza niet alleen in de systemen of de cultuur, maar ook in de definitie. Het Engelse begrip ‘maintenace’ valt namelijk uiteen in twee delen: onderhoud en reparatie. En beide begrippen worden op zijn zachtst gezegd vrij breed uitgelegd. Dat onder de paraplu ‘onderhoud’ ook plaats is voor iets als schoonmaak, daar kunnen de meesten van ons wel inkomen. Maar dat tijdens de workshops een brandweerman aan het woord kwam, die in een – boeiend – betoog kon uitweiden over de gevaren van gifstoffen op brandweerpakken… Het blussen van branden lijkt toch wel een erg extreme vorm van reparatie.

En het wordt nog moeilijker. ‘Als jij een lift probeert te repareren en je krijgt daarbij een ongeval, kom je natuurlijk in de statistieken‘, zegt Tregenza. ‘Maar hetzelfde geldt als een bureauambtenaar tijdens zijn lunchpauze een broodje gaat halen en met die lift naar beneden stort. Want ook dat ongeval wordt veroorzaakt door onderhoud – namelijk het gebrek eraan.’

Valt er dan niets te zeggen over onze Hollandse onderhoudsprestaties? Misschien niet. Maar Sedlatschek wil wel wat kwijt over de Noord-Europese arbozorg in het algemeen. Kort gezegd: we hebben het goed geregeld. ‘In Duitsland hebben ze wat moeite om hun medewerkers zelfstandig te laten werken; dat is een minpunt. Maar in het algemeen kun je zeggen dat Duitsland en Nederland een brede blik hanteren. Ze weten de verschillende veiligheidsaspecten te integreren, bijvoorbeeld in een arbo-zorgsysteem.’

Risico-inventarisatie
Dat was niet de enige pluim op onze vaderlandse hoed. Sterker nog: bij de plenaire sessie schoot men enigszins door. Veel aandacht ging uit naar de zogenaamde OiRA, een online risico-evaluatie, die bedrijven simpel kunnen aanpassen aan hun specifieke situatie. De link met onderhoud werd niet duidelijk, die met Nederland wel. Want het systeem was natuurlijk geïnspireerd op onze eigen RI&E. En de toeschouwers kregen te horen hoe serieus wij dit hadden aangepakt: ‘Er is geen Nederlands bedrijf meer dat nog zonder zo’n RI&E aan het werk gaat.’